Wie is mijn naaste.

We gaan zo gemakkelijk om met het begrip van onze naaste. Daar scharen wij hen dan zonder meer onder die ons na aan het hart liggen. Misschien zelfs hen waar we beter van worden. Maar zeker niet diegenen waar we van denken ons voor te moeten schamen. Zij die ons naar de mond praten zijn we goed gezind. Die een andere mening zijn toegedaan daarentegen niet. Kortom, wij bepalen wie onze naaste is. We vergeten daarbij één ding: zeg mij wie uw naaste is, dan zal ik zeggen wie u bent.

Want wie is nu mijn naaste. De Heere heeft bepaald waar onze wieg stond. Vanaf ons prilste begin heeft Hij Zijn plan met het leven van een ieder. En in dat leven spelen wij samen met de mensen om ons heen een rol. Niet een geselecteerd gezelschap door ons. Niet omgangsregeltjes die wij verzinnen. Het Woord van de Heere is duidelijk. We hebben recht te doen aan de verdrukte. We hebben ons te bekommeren om een wees. En de weduwe mogen we niet overslaan. Dan is er dus in een paar zinnen voor ieder stof genoeg tot nadenken. Want wie behoren tot onze vrienden? Aan wie besteden wij onze aandacht. Met wie gaan wij zo graag om. En met wie zeker niet.

Elk mens is uniek. Ieder mens is anders. Het leven van elk is ook zo verschillend. En tussen al die mensen leven wij. Leef ik. Zijn we ons daarvan bewust. Bewust dat de Heere ons ook iets te zeggen heeft daarin. Ja, anders, zijn we ons ervan bewust dat de Heere ook iets van ons vraagt wanneer Hij ons zet te midden van mensen. Mensen waar we niet omheen kunnen, Mensen waar we niet omheen mogen.

Het is bekend dat 'men' een mening heeft. Een mening over deze of gene. Het is ook bekend dat het sommigen lukt een eigen mening algemeen te maken. Nu is dat niet zo erg zolang het geen kwaadspreken of roddel is. Zolang het maar niet negatief is. Doch de werkelijkheid is helaas anders. Juist het negatief spreken over anderen is zo vaak het geval. En komt het niet vaak voort uit het hart van een mens die jaloers is. Of graag beter wil zijn dan een ander?

Elk mens is een persoonlijkheid. Hij kan en mag en behoeft zich niet te verschuilen achter dat wat een ander zegt of doet. Hij is een mens die zich zelf een mening mag vormen. Wanneer deze is gegrond op het Woord van God, dan zal dit in het omgaan met mensen te bemerken zijn. Hij zal zich niet aansluiten bij diegenen die leven als bovenstaand ten opzichte van zijn naaste zoals Gods Woord dat verbiedt. Een ander geluid zal worden gehoord. Ja om kort te gaan: geen woorden maar daden. De Heere zal leren te wandelen in wegen die Hij vindt dat ook in deze gegaan moet worden. Hoe moeilijk dit ook kan zijn. En welke bruggen ook geslagen moeten worden.

De Heere maakt in een geestelijke groei volwassen mensen ook in die zin. Hij maakt mensen zoals Hij was ten tijde van Zijn omwandeling op aarde. Waar Hij Zich bemoeide met juist hen die niemand had. Met hen die op het verkeerde pad terecht waren gekomen.........