Leven uit het geloof.

Niets is zo moeilijk dan te leven vanuit je geloof. Daar zijn veel geloofsoefeningen voor nodig om uiteindelijk te geloven en te vertrouwen. En dat niet met een als door de wind heen en weer gedreven te worden.

Wanneer alles voor de wind gaat valt het alles nog wel mee. We geloven dat dit de weg is. Of dat zo is valt nog te bezien. Maar in elk geval maken we ons geen en in elk geval niet veel zorgen. Dit is de weg en die gaan we.

Maar wanneer het donker is geworden en uitzichtloos voor het moment, dan komt het er wel op aan. Het is dan niet zo dat we altijd maar zien wat de weg is die de Heere met ons gaat. Het is niet zo dat we dan altijd maar zien welke kant we op moeten. Er kunnen en zullen momenten in het leven zijn waarop we ons van de vroege morgen tot de late avond afvragen wat de Heere van ons wil. En dan komt het ware geloofsleven om de hoek kijken. Kunnen we wachten op de Heere, of denken we dat het nooit weer anders wordt.

Het is voor elk mens verschillend hoe met het leven vanuit het geloof wordt omgegaan. De n zal er niet eens over nadenken. Hij gaat zijn weg door het leven. Zijn eigen weg. En donker is het nooit. Hij leeft met de eenvoudige gedachte dat dit het wel is. De ander weet het al snel zeker wanneer bovengenoemde vragen aan de orde zijn. Maar een derde tobt uren voor hij weer weet wat de bedoeling is. En ook al gaat het allemaal schijnbaar op rolletjes, dan nog zullen vragen zich blijven opwerpen. Is dit wel de weg die de Heere van me vraagt. Bij deze laatste zien we de geloofsoefeningen. Het niet vertwijfelen, maar wachten tot de Heere Zich weer helder en duidelijk openbaart. In de zekerheid dat zo Hij vertoeft, Hij zeker weer zal komen en niet achterblijven. Maar ook in de zekerheid dat het wel eens even kan duren.

En ding is duidelijk: bij mist niet optrekken. En ook zeker niet een weg gaan waarvan we wel zeker weten dat dit de weg niet is. Hoe mooi het ook lijkt. Hoe aantrekkelijk het ook is. De Heere laat mogelijk dan duidelijk weten: tot hiertoe en niet verder. En daar moet en zal gehoor aan worden gegeven.

Gaan we toch door op de weg waarvan wij denken dat dit de weg is, dan zal er een donkerheid op kunnen treden. Anderzijds kan het ook zo zijn dat de Heere mensen die niet willen luisteren maar laat gaan. Wanneer we dan niet naar Hem willen en wensen te luisteren, dan zal Hij ons laten doodlopen. En doodlopend is de weg altijd zonder de Heere.

Het is duidelijk. De ene keer is de weg die de Heere met ons gaat duidelijk. Het leven uit het geloof is niet moeilijk. Een andere keer is dat niet zo. En zullen we moeten wachten. Niet dat we dan moedeloos en lusteloos neer moeten zitten. Maar het is een zeker weten dat er een moment zal komen waarop de Heere spreekt. Duidelijk de weg wijst die vanaf dat moment moet worden gegaan.

Wanneer we van plan zijn ergens heen te gaan, dan kunnen de weersomstandigheden ons daartoe belemmeren. Ook andere omstandigheden kunnen ons tegenhouden. Dat het de Heere is Die ons ervan weerhoudt zien we van onszelf vaak niet. Maar wanneer we leven vanuit het geloof, zullen we opmerkzaam worden.

We moeten leren om te volgen. En wanneer de weg donker is en het niet duidelijk is, dan zullen we moeten leren wachten. Dat kan zeker tegen onze natuur zijn. Wachten. Want van nature zitten we graag in het werkhuis. Doen we graag dit en dat.

Leven vanuit het geloof is niet zo gemakkelijk als het sommigen doen voorkomen. Ze weten het zeker en ze doen het gemakkelijk. Maar de weg die de Heere wijst is een weg van voorzichtigheid betrachten. Luisteren naar Zijn stem en achter Hem aan.

De wegen die de Heere wijst zijn ook niet gemakkelijk. Hij doet wegen gaan die we van onszelf niet uitgekozen zouden hebben. En elke weg die Hij wijst is weer moeilijker dan de vorige. Ook dat heeft te maken met het geloof.

Geloofsgroei en Geloofszekerheid.