Groot is Uw trouw o Heere.

Er komen in ieders leven allerlei omstandigheden voor. De Heere staat hierboven. Hij leidt. Hij bestuurt. Hij geeft wat nodig is. Hij onthoudt wat we kunnen missen. Al Gods kinderen kunnen hiervan vertellen. Van de bijzondere leiding in hun leven. Als hun ogen ervoor geopend worden. En ze de rode draad in hun leven zien. Dan kunnen ze het zeggen: daar was de Heere. Steeds opnieuw: daar was de Heere. Het werd donker. Maar Hij maakte het weer licht. Ja, Hij was het Licht Zelf.

Dit wil niet zeggen dat het altijd gemakkelijk in het leven is. Dat het altijd gemakkelijk was. Altijd weer die momenten waarop men het niet meer weet. Men weet alleen dat de situatie zodanig is dat men zelf niet weet hoe het verder moet. Daar komt bij dat het in die situatie door die situatie zo heel donker kan zijn. Er kunnen de binnenpraters zijn die zorgen voor een dikke mist, die schijnbaar niet op wil trekken. Er wordt geklaagd. God zal mij nu niet meer verlossen als weleer. Mij is geen heil beschoren. Maar Gods kinderen die meer geoefend zijn in het leven met de Heere weten dat het enkel wachten en vertrouwen is. De Heere zal op Zijn tijd en op Zijn wijze uitkomst geven. Al gaat het in een weg van schuld. Al gaat het in een weg van onderwijzen. Maar er komt weer een andere tijd.

Niet zelden is de weg die dan gewezen wordt moeilijk. Geeft het zorgen en twijfels. Is er de vraag of het wel echt de weg van de Heere is. Er wordt niet gepraat. Er wordt enkel gezucht. Tot op een gegeven moment men het met de Heere waagt. En de weg wordt ingeslagen die is gewezen. Wat dan gebeurt is met geen pen te beschrijven. Een vrede daalt in het hart. De zekerheid dat het inslaan van die weg een weg is die de Heere heeft gewezen. Een weg waarin Hij vrede heeft geschonken. Rust. Blijdschap. In gehoorzaamheid aan Hem zal Hij ook betonen ervan af te weten. Het bevestigen met Zichzelf.

Dan komt er opnieuw het moment van je verwonderen. Van het uit te zingen: hoe groot zijt Gij. Hoe groot zijt Gij. Nooit kan het geloof teveel verwachten. Terugkijkend kan niemand ontkennen dat de donkere dagen geen zorgen gaven. Geen moeiten. Geen twijfel in stilte. Maar het is altijd een vinger naar jezelf. Wie ben ik. De vraag of je niet zelf de oorzaak bent van deze situatie in je geestelijk leven. Maar de Heere Die alles ziet en alles weet maakt in de zee een pad. Zoals Hij het eenmaal deed bij Mozes en het volk van IsraŽl.

Verwonderd en stil aan de ene kant over de trouw van de Heere. Juichen en zingen aan de andere. Heere, hoe groot zijt Gij. Ja, op zulke momenten zijn zorgen en moeiten verdwenen. Vergeten. En is het enkel volgen op de weg. Een weg waar de Heere voorgaat. En waar al de Zijnen moeten leren het in elk opzicht en in elke situatie van Hem te verwachten. De reis door het leven is geen geplaveid pad. Steeds weer zullen die momenten terugkomen. De vragen. Heere, wat is de weg die Gij van mij vraagt. Wat is de weg die Gij wilt dat ik zal gaan.

Zo houdt de Heere Zijn kinderen bij Zich. Zo weten ze dat het leven hier op aarde niet een hemel op aarde is. Zo komen ze erachter wat de zonde in het leven teweeg heeft gebracht. Een gebroken leven. Vol moeite en verdriet. Vol zorgen en teleurstellingen. Maar uit die alle redt hen God. Hij is hun Heil alleen.

Dit leven met de Heere is een leven wat velen niet wensen te zien. Er is een juichend christendom. Doch het Woord spreekt hier niet van. Dat laat weten dat het een strijd is om in te gaan. Dat velen zijn geroepen en weinigen uitverkoren. Dat zelfs een rechtvaardige nauwelijks zalig wordt. Dat het een afsterven is van de oude mens. Een opwassen in Christus.

Herhaaldelijk en schreeuw om leven. Een roepen om genade. Ja, genade voor recht. Want wie het inleeft dat men rechtvaardig verloren moet gaan zal alleen leren wat genade is. Genade voor de allergrootste van de zondaren. Vergeving van zonden. En een eeuwig leven. Dat alles wordt geleerd in de weg van de wieg naar het graf. Hoe groot mijn zonde en ellende is. Hoe ik daarvan verlost kan worden. En hoe ik daarvoor de Heere danken zal. Deze drie dingen zullen in het leven herhaaldelijk geleerd worden in een weg van stilstaan. Tot jezelf inkeren. In een weg van roepen en smeken aan de Heere. Om uiteindelijk van en door Hem opnieuw verhoord te worden. Om vervolgens zingend de weg weer een eind te vervolgen. Hoe groot zijt Gij.