Veilig in Jezus’ armen.

Het is zo verdrietig wanneer we mensen horen spreken over alles wat hen zou kunnen overkomen. De angst en de zorg die ze dan ten gehore brengen. Natuurlijk is het goed niet zorgeloos te zijn. Maar de wetenschap en het geloof en het vertrouwen moet toch een gevoel van veiligheid geven. Er zal immers geen haar van ons hoofd vallen zonder de wil van onze hemelse Vader. En om nu in dat vertrouwen te mogen leven is genade. Dat vertrouwen zouden we als het goed is ieder gunnen. Maar de praktijk is vaak zo anders. Want er zijn zoveel dingen die tegen worden gebracht. Immers verhoort de Heere ons niet altijd. En immers is wel eens dit gebeurd en dat. Geloof en vertrouwen is ook altijd iets wat persoonlijk is. We kunnen dat elkaar niet geven. Het is de Heere Die het ons wil schenken.

In de stormen van ons leven worden we geoefend. We mogen achteraf altijd weer opmerken dat Hij niet op onze val uit was. Maar op ons behoud. Hoe moeilijk de wegen ook zijn bij tijd en wijle, Hij zal zorgen en zorg dragen. Achteraf kunnen we dan vaak zeggen dat de Heere met de moeite en het verdriet een bijzonder voornemen had. Hij wilde ons oefenen in ons geloof.

Het geloof in deze is vaak niet iets wat we maar in één keer rotsvast bezitten. En die het meest mogen getuigen van Gods bewarende en beschermend hand zullen toch weer een keer vallen en denken dat hij of zij ten onder gaat. Ik denk hierbij aan Petrus die op de golven zag en zo dacht te verdrinken in de zee. Maar bij zijn roep: Heere, ik verga, was de Heere alweer zo dichtbij. En redde Hij hem uit zijn nood. Ook dat was een les. In eigen kracht kunnen we de problemen niet oplossen. En we kunnen onszelf niet bewaren voor onheil. Maar de Heere redt. Hij wil daartoe gebeden zijn. Het gebed is de ademtocht van Gods kinderen. Met of zonder gesloten ogen. Met of zonder gevouwen handen. In de stilte of tussen veel mensen. De Heere hoort en verhoort. Op Zijn tijd en wijze. En om nu in dat vertrouwen te leven geeft zingen: ik ben veilig in Jezus’ armen.

Natuurlijk komt er altijd weer bestrijding. Want als de Heere iets geeft te geloven is de satan er als de kippen bij. En ook ons eigen bange hart zal weer struikelen bij het minste of geringste. Toch wil de Heere in de geloofsoefeningen doen groeien in genade. Groeien in genade moet op te merken zijn. Wanneer er geen geloofsgroei wordt gevonden ligt dat aan de mens zelf. De Heere spreekt in Zijn Woord van opwas in genade. En om daar naar te staan vraagt opmerken. Maar ook zelfonderzoek.

Heere, doorgrond en ken mij. Is er in mij een schadelijke weg. Leid mij op de eeuwige.

Het is duidelijk. Leven met de Heere is niet een leven met af en toe de Heere toelaten in ons leven. Leven met de Heere is een dagelijks Hem nodig hebben bij alle ding. Van uur tot uur. Van minuut tot minuut. De Heere is daar ook heel erg op gesteld. Hij wil niet dat we ons met andere dingen bezighouden dan met de dingen van Hem. En zo wil Hij dus oefenen en ons bewust doen zijn of worden:

Veilig in Jezus’ armen.