Zoek eerst het Koninkrijk van God.

De omstandigheden van het leven zijn voor elk mens verschillend. Voor de ene drukken ze zwaarder dan voor de ander. Door de zonde is leed en verdriet in de wereld gekomen. En wanneer we eerlijk zijn is het zo dikwijls eigen schuld wanneer we in moeiten terechtkomen. Of wanneer we inzien in verkeerd gezelschap te verkeren.

Het is genade wanneer we mogen weten van vergeving door het bloed van de Heere Jezus. En in die wetenschap worden we gehouden in een nieuw en godzalig leven te wandelen. Waarbij we allereerst dienen te zoeken naar het Koninkrijk van God. Dat is de opdracht die we van de Heere hebben meegekregen. Te leven zoals Hij dat van ons vraagt. Leven uit liefde tot Hem en tot onze naaste. Niet even. Maar voortaan.

Hoe moeilijk dat ook is of kan zijn. We moeten niet zien op omstandigheden. Niet terugdeinzen voor spot of hoon. Niet ons laten leiden door teleurstellingen. Maar in een weg van gehoorzaamheid aan Hem de weg gaan die Hij ons wijst. Door Zijn Woord en door Zijn Geest. Waar en hoe we ons daar ook bevinden. En wanneer je daar op hoopt en zo gaat, dan zal je niet beschaamd uitkomen. Dan is er altijd op Gods tijd dat stukje onderwijs wat je nodig hebt om die moeilijke  weg verder te gaan.

Het neemt, nogmaals, niet weg dat de weg moeilijk zal blijven. De omstandigheden zijn immers niet veranderd. Maar de wetenschap dat de Heere boven de omstandigheden staat geeft moed. Het zal Hem niet uit de hand lopen. Ook al komen er tijden van twijfel, van aanvechting. Ook al lijkt het voor de waarneming onmogelijk om verder te gaan. Wie de Heere aanroept in zijn nood vindt altijd weer Zijn gunst, oneindig groot.

Nogmaals, de omstandigheden zijn niet veranderd. Maar er komt wel een keer in het omgaan met de omstandigheden. Niet langer is het een vechten voor eigen behoud. Voor eigen roem en eigen eer. Ook al heb je het recht aan je zij. Het is een afstand nemen van alles en allen wat niet handelt volgens Gods opdracht. De liefde. Het licht en het donker verdraagt elkaar niet. Nu niet en nooit. Parels moet je ook niet voor de zwijnen gooien. Het zal je niet baten. Alleen het werk van Gods Heilige Geest verandert mensen en omstandigheden.

Neemt niet weg dat je je eenzaam kan voelen. Alleen en verlaten kan lijken. Het Woord zegt zelfs dat er gevraagd kan worden: Waar is nu je God op Wie je bouwde? Aan Wie je je zaak toevertrouwde? Het is alles echter schijn. Want de Heere houdt de wacht. En onverwacht en ongedacht geeft Hij uitkomst. Dat heeft te maken met Zijn belofte. Er staat immers geschreven: Zoekt eerst het Koninkrijk van God en al het andere zal u worden toegeworpen. Het is niet zaak om Gods Koninkrijk voor jezelf te zoeken. Doch in de weg van de gehoorzaamheid mag je overtuigd zijn van Gods alziend oog. Van Zijn bewarende en beschermende handen over je uitgestrekt. En hoe moeilijk dan ook de weg mag wezen. Hij ziet in gunst op die Hem vrezen. Op hen die het van Hem verwachten in de omstandigheden van het leven. Die hun moeiten en hun verdriet bij de Heere neerleggen. En het daar ook laten. Die niet zelf hun zaakjes zoeken op te lossen. Maar wachten op de Heere bij alles wat hen overkomt in dit leven.

Zo ik niet had geloofd dat in dit leven mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou, waar was dan mijn hoop en mijn moed gebleven. Zo zingt de psalmist. Al Gods kinderen leren het nazingen. In de grootste smarten blijven hun harten in de Heere gerust. Nooit zullen ze vergeten Hem hun Helper te heten.

Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. Al het andere zal u worden toegeworpen. Leven voor de Heere. Leven met de Heere. In de wetenschap van de trouwe zorg van de Heere.