Liefde is de bron.

Soms is er een Bijbelboek wat je zo kan pakken. Daar zou je wel in kunnen blijven lezen. Als je nu 1 Johannes neemt. En het is alles liefde waar het over gaat. Want alzo lief........alzo lief..... De eerste vrucht die de Heilige Geest in het hart legt is de liefde. En zij zijn de kinderen van God die mogen weten van deze liefde. Dat is vaak iets wat ze van zichzelf niet zien of weten. Bij zichzelf niet op kunnen merken. Het is alles altijd te kort in eigen oog.

 Het is een uitstraling die bijzonder is. Nee, niet een beetje lievig. Niet een beetje zijig. Liefde van en uit God is iets wat dat verre te boven gaat. Het is een gunning voor het beste voor die ander. En daar te zijn en te helpen waar het nodig is om dat beste mede te bewerkstelligen. Het komt uit in woord maar bovenal in de daad. Het is niet iets wat men van zichzelf denkt wel te kunnen. Wel in zich te hebben. Het is een gave van God. Waar men achteraf voor leert danken. Om de weg die de Heere wijst  te gaan en dat te volbrengen wat de Heere in het hart heeft gelegd. Dit is de weg en bewandel die.

En zij zijn de kinderen van God die geleid worden door de Heilige Geest. Die altijd weer weten wat de weg is die gegaan moet worden. Al is het met zuchten en veel gebed. Al is er het tegenop zien. Het denken het niet te kunnen. De Heere zal maken dat het kan. Hij wijst geen weg om het dan vervolgens niet te kunnen. In afhankelijkheid wordt het uiteindelijk alsmaar meer wonder dat het kan. En een vrucht voor eigen hart en leven wordt weggedragen.

Liefde gaat boven alles uit. Het zoekt zichzelf niet. Het zoekt de ander. En in het zoeken naar die ander ligt een wegcijferen van jezelf. Dat is niet iets wat je moet werken. Waar je je best voor moet doen. Het is iets wat vanzelf gaat. Een verlangen en een doen en laten. En dat alles in blijvende afhankelijkheid. Bij het zo goed weten dat het van en uit jezelf niet kan. Dat je de Heere zo nodig hebt in het gaan van de weg die Hij je wijst.

Al Gods kinderen kijken uit naar de zogenaamde roering van het water. Naar een teken van de Heere dat Hij het is Die weer roept. De ene keer om een weg te gaan die zo moeilijk niet lijkt. Een andere keer legt Hij op wat Hij weet  dat je toch kan. Maar waar je zelf Hem zo bij nodig hebt. De stem van de Heere is voor al Gods kinderen niet moeilijk te verstaan. Het geeft altijd weer blijdschap en vreugde. Al is het vaak achteraf. Een zeker weten dat de Heere je niet heeft vergeten en je niet heeft verlaten. Dat Hij weer werk heeft voor jou persoonlijk. Iets wat er altijd in je leeft: Heere, als ik voor U iets kan doen, wijs me dan de weg. Zo sluit de Heere deuren. Wat soms pijnlijk is. En zo opent Hij ramen.

In dat vertrouwen leven Gods kinderen. Zolang ze hier zijn in afhankelijkheid van de stem van de Heere Die de weg blijft wijzen. Die Zijn genade nooit tevergeefs schenkt. Zijn liefde in het hart van mensen die van zichzelf uit naar Hem niet vragen. Zo roept Hij deze. En verwerpt Hij een ander. Hij maakt al de Zijnen uiteindelijk Zijn Beeld gelijk. En met alleen dat Beeld kunnen ze eenmaal straks voor Hem verschijnen. Geoefend. Gelouterd. Alles wat buiten Hem was eraf. Volledig met Hem één te zijn geworden. Het leven is een volledig in afhankelijkheid gaan met Hem. Leven uit Hem. Voor Hem. En dan doen wat Hij in deze heeft gevraagd.

Niemand is zonder zonde. Zelfs de beste van onze werken zijn met zonde bevlekt. Ook na het krijgen van genade. Maar het zien van die zonde geeft een droefheid over de zonde. Een haten en vlieden van de zonde. Zo komt er een opwas in de genade van de Heere Jezus Christus. Hij alles in ons leven. Levend van genade alleen. Dienend in een weg van liefde. Want, nogmaals, de eerste vrucht van genade is en blijft de liefde. De gunning naar en tot de ander.

Neem mij leven, laat het Heere, toegewijd Zijn tot Uw eer.