Met gaven tot der mensen troost.

De Heere is naar de hemel gevaren. Zo hebben we het herdacht. Dat kon niet anders. Want de Heilige Geest moest komen. Daar moest plaats voor gemaakt worden. Plaats voor de Trooster. Deze zou in mensen komen en er blijven.

Daar zaten dan wel tien dagen tussen. Voor deze belofte werd vervuld. Dat was een tijd van bidden en vasten. Een tijd van uitzien naar datgene wat zou komen. Niemand wist hoe groot het wonder zou zijn wat te komen stond. Want met de uitstorting van de Heilige Geest kwam er een vuur op alle mensen die door deze derde Persoon in het Goddelijk Wezen aangeraakt zouden worden. Ze zouden van dood levend worden. En voortaan vruchten tot eer van God uit dankbaarheid voortbrengen. Dat zouden geen vruchten zijn die zichzelf op de voorgrond zetten. Het zou een leven worden in dienst van de Heere. Een leven van dienen. Met een volkomen en altijd weer investeren in Zijn dienst. Met een wegcijferen van zichzelf. Die dienst is een liefdedienst. Zijn geboden zijn immers niet zwaar.

Het Woord is er duidelijk in. De één heeft een gave om predikant te worden. Een ander maakt zich verdienstelijk in de hulpverlening. Weer een ander heeft de gave van zendeling te zijn in het buitenland. Of kan goed organiseren. De Heere zendt die Hij wil. Hij wijst de weg. Aan al Gods kinderen. De Heilige Geest raakt niemand tevergeefs aan. Dat is leven vanuit het geleid worden door de Heilige Geest. Het leven niet langer het leven van jezelf, maar het leven in dienst van de Heere. Leven tot eer van Hem. Met de aan jou geschonken gaven en talenten.

Gaven zijn persoonlijk. De één heeft veel talenten. Een ander minder. De één heeft ook meer mogelijkheden dan de ander. Hoe verschillend kan een financiële positie immers zijn. De één is het snel allemaal teveel. Een ander kan meer aan.  Maar de opdracht is om te woekeren met die geschonken talenten. Met die geschonken mogelijkheden.  Ze mogen onder geen beding gestopt worden onder de grond.

In de nieuwe bedeling zoals we dat noemen werd alles anders. Zo wordt ook alles anders wanneer een mens tot God wordt bekeerd. De Heere is op aarde gekomen. Heeft een weg geopend die terug leidt tot God de Vader. Om als nieuwgeboren kinderen Hem welbehaaglijk te zijn. Wanneer de Heilige Geest de weg van wedergeboorte toepast in het leven. Een weg waarin geleerd wordt wat zelfkennis is. Een weg waarin geleerd wordt wat nodig is om tot God terug te keren. Een weg waarin geleerd wordt wat Christuskennis is. Een weg waarin het verlangen is geboren meer van Hem en Zijn dienst te leren. Een weg waarin men niet bang is zichzelf onder komen te komen bij het licht van Gods Heilige Geest. Een weg waarin men weet wat schuld en tekort is. Een weg waarin men leert om schuld te bekennen. Een weg waarin men geen mensen pijn en verdriet wil doen. Een weg waarin men niet de eerste wil zijn. Integendeel leert men wat het is om de onderste tree van de ladder in te nemen.

Men leert dat de Heere juist omziet naar het ellendige. Naar het verdrukte. Naar het verstotene. Die gezond zijn hebben immers geen medicijnmeester nodig. Zo brengt de Heere in Zijn goedheid mensen op de weg van hen die daar zo naar uitzien. Die het niet durven hopen. Maar in de weg van het wonder het wel mogen ervaren.

De Heere laat geen bidder staan. Hij geeft allen wat nodig is in dit leven. Hij onderwijst door Zijn Woord en Geest en laat mensen elkaar tot een hand en een voet zijn. Mensen die vragen geleid te mogen worden door Gods Geest zullen de weg leren die gegaan moet worden. Mensen die geen hulp te verwachten hebben zullen ervaren dat de Heere het op Zijn tijd en wijze geeft.