God is onze Vader door de Heere Jezus Christus.

Spreken over de Heere Jezus. Over die lieve Heere Jezus. Maar er verder de reikwijdte niet van verstaan. Wat moeten wij toch met de Heere Jezus. Wat voor nut geeft Hij aan ons leven. Waar hebben we Hem voor nodig. Het zijn zomaar enkele vragen die mensen in verlegenheid kunnen brengen. Toch is er dat grote doel met de komst van de Heere Jezus. Er is de noodzakelijkheid om Hem te leren kennen in het leven. Sinds onze diepe val in het paradijs zijn we gevallen uit de gemeenschap met God. We zijn godloos. We kennen Hem niet meer. We zijn zonde en doen zonde. En zo ook goddeloos. En als het blijft zoals we geboren worden, er wacht ons in en na dit leven een rampzaligheid. Een leven buiten God is een sterven buiten God.

Dan komen we direct bij de Middelaar. De Heere Jezus Christus. Hij is Degene Die verlossen kan en wil. Hij verlost van het grootste kwaad en brengt tot het hoogste goed. Dit alleen door het wonder wat is geschied in de tijd. Het wonder wat we in het kerkelijk jaar wat weer is begonnen gaan herdenken. Hij is gekomen om een brug te slaan tussen God en mensen. Hij is gekomen in het vlees. Geboren in een stal. Hij heeft tijdens zijn leven geleden. Omdat hij woonde tussen zondige mensen. In het bijzonder leed Hij aan het eind van Zijn leven. Hij droeg in Zijn lijden en sterven de zonden van de mensen die niet anders kunnen dan zondigen. Hij stierf. Zonder zonden gedaan te hebben. Hij ging in het graf. Maar Hij bleef daar niet. Opgestaan ten derde dage en opgevaren ten hemel. Doch ook daar bleef het niet bij. De Heilige Geest werd uitgestort. En nu komt het: allen die weten van de genade van de Heere Jezus. Allen die weten en mogen geloven dat de Heere ook voor hem of haar deze weg ging en gaat. Zij ervaren in hun leven het werk van de Heilige Geest. Ze mogen elke keer opnieuw de wonderen in hun leven ervaren. De wonderen van de bijzondere zorg van de Heere. Het wonder van de ontdekking aan zonde en schuld. Wat dagelijks terugkeert. Om te sterven aan die oude mens in Adam. Die oude mens die ook in een leven van genade niet anders wil dan zondigen. Ze ervaren het wonder van het steeds terugkerend Licht. Van het keer op keer ervaren van vergeving en de wetenschap opnieuw te mogen beginnen. Een leven van afsterven van alles wat buiten de Heere is doet pijn. Doch er is de begeerte om het te dragen. Om meer en meer het beeld van God gelijkvormig te mogen worden. Zo is er de groei van de nieuwe mens in Christus. Het meer en meer dragen van Zijn Beeld. Het Beeld wat we in het Paradijs kwijt zijn geraakt.

Spreken over de Heere Jezus. Het is niet zo moeilijk. Maar het leven met de Heere is niet anders dan een leven van sterven. Van verdriet over de zonde. Van het volgen van de Heere. Steeds ervaren dat we van onszelf uiteindelijk alles kwijt moeten. Maar ook elke keer weer zien dat Hij er iets voor teruggeeft dat beter is. De Heere Jezus te mogen zien als Middelaar tussen God en ons. Dan is er dat grootste wonder om door deze Middelaar God als Vader te mogen leren kennen. Die mensen zo lief had dat Hij Zijn Zoon naar de aarde liet gaan. Zo is er in een dagelijkse verwondering, hoe gering ook, de begeerte Hem te loven en te prijzen als de drie-enige God. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest. We gaan naar het Kerstfeest. We leven in de adventstijd. Elke keer weer mag daar een dieper ingeleid worden  in de bijzondere weg in het heilsplan van deze God.