De weg die de Heere wijst.

Gods kinderen gaan niet zo eenvoudig door het leven. Elke dag is voor hen een zoektocht. Welke is de weg die de Heere mij wijst. Het is een vraag die een ieder steeds wordt voorgehouden. Voordat het antwoord op die vraag komt kan een tijd van zeer dikke duisternis je deel zijn. Voor eigen waarneming is de weg naar alle kanten afgesloten. Het is een niet vooruit te kunnen. Achteruit is dicht. En aan de zijkanten zijn de bergen. Het is goed hier duidelijk onderwijs in te krijgen. Want donkerheid kan ongemerkt veel onheil aanrichten. Twijfels Zelfs depressiviteit kan hieruit voortkomen. Met alle gevolgen van dien

De Heere werkt echter niet aan op deze gemoedstoestand. Hij zoekt juist in deze weg Zijn kinderen iets te leren. Iets te zeggen. Aan Zich te verbinden. Hij wil hen leren het antwoord alleen van Hem te verwachten. Gods kinderen hebben niets aan goedbedoelde raadgevingen. Die van iedereen weer anders zijn. Ze moeten leren het van de Heere alleen te verwachten. Al zal dan de weg donker lijken. Of zelfs onmogelijk. Op Zijn tijd en wijze zal de Heere zeker antwoord geven. Daarbij mogen ze zich vasthouden aan de beloftes die de Heere voor Zijn kinderen heeft gegeven. Ik zal u niet begeven. Ik zal u niet verlaten. Mijn oog zal op U zijn. Verlaat u op de Heere. De beloftes zijn de toezeggingen. En nu moeten Gods kinderen leren geloven en vertrouwen op het Woord dat de Heere heeft gesproken. Kijk, als je dat niet hebt, dan heb je ook niets om op  te bouwen in tijden van druk en tegenspoed. Je kunt dan niet zeggen: Denk aan het Woord gesproken tot Uw knecht. Waarop Ge mij verwachting hebt gegeven. Of: Ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord. Geloven is leren vertrouwen op de Heere. Wachten op uitkomst. En daarbij de Heere in geen enkel opzicht voor de voeten gaan lopen. Je nooit laten beïnvloeden door wie of wat dan ook. Mensen die, hoe goedbedoeld ook, van deze weg die de Heere met Zijn kinderen gaat niets weten. Die spreken naar het goeddunken van hun eigen hart. De valse profeten zogezegd.

Gods kinderen kennen dagelijks de vele vragen in hun leven. Ze weten van wegen die hen gewezen worden. Van de strijd die daar zo dikwijls op afkomt. Van aanvechting en bestrijding. Van nieuwe vragen en toch weer antwoorden. Van zuchten keer op keer. Ze weten uit ervaring dat de Heere een arm en een ellendig volk overhoudt. En die zullen op de Naam van de Heere vertrouwen. Gods volk is een volk dat weet heeft van het vreemdelingschap. Van het alleen staan. Van het niet begrepen worden. Het weet ook van de rijkdom die deze weg uitwerkt in het persoonlijk en geestelijk leven. Al moeten ze dan alles missen in dit leven, ze willen het niet ruilen voor dat grote goed wat de Heere heeft weggelegd voor die Hem vrezen. Al kent het leven nog zoveel moeite en verdriet, ze willen het niet missen. Altijd hebben ze mogen ervaren dat na dat zure toch weer een moment van ademhalen en rust komt. Voor hen is duidelijk geworden dat de Heere Onveranderlijk is. Hij zal hen uit elke benauwdheid redden. Hij redt hen keer op keer. Alleen zij die deze weg in hun geloofsleven kennen, dit bevindelijke leven ervaren, zijn in staat mensen in deze nood van hun leven te onderwijzen.