Buigen of barsten

Bekeren heeft altijd te maken met zonde. Het is een je bekeren van een verkeerde weg. Het vragen om vergeving en in een nieuw godzalig leven leren wandelen. Bekeren is zo eenvoudig niet. Zeker kunnen er moment zijn waarop de dingen van eeuwigheidswaarde je aangrijpen. Zeker kunnen er, vooral bij gevoelsmensen, emoties zijn. Maar het is de zaligmakende bekering niet. Bekeren kost een heel leven. En elke dag weer is het een wonder als Gods Geest ontdekt aan zonde en schuld. In een weg van bekeren gaat alles, ja alles van een mens eraan. Voor een godsdienstig mens is deze weg niet gemakkelijker dan voor een wereldling. Want ook de godsdienst van een mens zal hem niet in de hemel brengen. Geen lange jas. Geen vroom praatje. Alleen wanneer de Heere Zijn Beeld in een mens ziet zal Hij tevreden zijn. Dit wonder ligt in de kracht van het Bloed. Bekeren is een voortdurende weg van capituleren. Dit geldt elk mens die door Gods Geest is aangeraakt. En wie denkt er zonder deze genade te komen heeft het mis. Een dagelijkse bekering houdt een dagelijkse capitulatie in.

Er is maar één bekering die voor God bestaan kan als de waarachtige bekering. Het is een weg van buigen en bukken. Van ootmoed en berouw. Van schuld en het erkennen. Van tranen omdat een mens zichzelf voor het eerst of opnieuw ziet. Anders is er niet. Het wee mij, dat ik zo gezondigd heb. Nogmaals, dit is een weg die iedereen aangaat die denkt te leven van genade. Ook ambtsdragers, ook predikanten. Wee zij die te hoog met zichzelf en hun vermeende bekering staan. Het is de hoogmoed van een mens die de weg van bekeren in de weg staat. Men doet alles, ja alles om er onderuit te komen. Men zoekt zich te rechtvaardigen in een gedrag. Men draagt alles aan wat men meent te hebben. Maar de Heere neemt er geen genoegen mee.

Er zijn maar twee mogelijkheden in het leven. Het is een buigen of het is een barsten. En eenmaal zal openbaar komen welke de weg was die gegaan is. De weg van buigen. Waar in een levenslang zoeken naar de tere gemeenschap met de Heere is gewandeld. Of er zal een eeuwig barsten zijn. Zoals Judas zich te pletter gooide op de rotsen. Verraden. Verraden het onschuldig bloed.

De bekering van een mens gaat met het verlies van zichzelf. Dat is iets wat geleerd moet worden. Mensen met een omkeer in hun leven zijn zo snel een prooi van hun vermeende bekering. Maar een bekering van de kroeg naar de kerk is ook geen zaligmakende bekering. De pijl ligt altijd verder. Er moet veel meer in het leven gebeuren. Men moet gaan inleven dat het niets was, niets is, maar ook niets zal worden. Men moet leren verstaan dat bekering niets heeft te maken met een dogmatiek. Vaak zo moeilijk dat er niets van te begrijpen is. Bekeren is een bevindelijk leven met de Heere. Waar door Woord en Geest dagelijks de vinger op de zere plek wordt gelegd. Maar, let op, dit geldt voor de beleving altijd een ander. Wanneer dan ook Gods Heilige Wet wordt voorgelezen, het gaat altijd die ander aan. Die ander moet zijn ouders eren. Het verbod tot echtscheiding geldt die ander. Liegen, bedriegen, kwaadspreken, doden, het zijn alle geboden die men zelf van nature naast zich neerlegt. Want men meent zelf de uitzondering op de regel te zijn. Gods Heilige Geest leert liever duizendmaal aan zichzelf te twijfelen. Deze leert te bukken en te buigen. Liever dan straks voorgoed te moeten barsten.