Dagelijks begenadigd

Gods kinderen leven heel dicht bij de Heere. Zij kunnen geen dag zonder Hem. Steeds weer zoeken ze naar datgene wat ze door de Heilige Geest uit Hem krijgen. Het is genade voor genade. Dat wil zeggen: De ene genade na de andere. Er is in hun leven groei. Een geestelijke groei. Wat ze vandaag krijgen hadden ze gisteren niet kunnen bedenken. Waar moet je dan zoal aan denken?

In de eerste plaats leren ze iedere dag meer zien wie ze van huis uit zijn. Mensen vol zonden en gebreken. Het was niet wat. Het is niet wat. En het zal ook nooit iets worden. Daartegenover leren ze zien wie de Heere is. Welke eigenschappen Hij wel moet hebben voor zo’n mens. Zoveel geduld. Zoveel liefde. Zoveel trouw. Zoveel barmhartigheid. En van die dingen mogen ze leren. Daar worden ze begerig naar. Om uit te stralen wat de Heere ook uitstraalde. Zoals Hij was en is voor zondige mensen. Zo willen ze ook zijn voor de mensen om hen heen. Waar ze eerst boos waren, deze boosheid ebt web. Waar ze eerst kritiek hadden, ze worden mild. Dit alles is een leerschool die nooit ophoudt. Elke dag weer zien ze door de Heilige Geest wat ze doen en wat voor de Heere niet kan bestaan. Ze leren schuld belijden. Om vergeving vragen. Ze gaan vechten om dat niet meer te doen. Daarentegen komt de Heere Zelf met Zijn genade. En mogen ze voortaan uit en door Hem leven. In een nieuw en godzalig leven wandelen.

Zo gaan Gods kinderen uitstralen wat een mens van nature niet heeft. Ze mogen door genade met al hun fouten en gebreken gaan lijken op de Heere Jezus. De Bijbel spreekt van een lichtend licht. Een zoutend zout. Het zijn de mensen die hoe en waar dan ook de mensen van de barmhartigheid zijn vanuit de liefde van het hart. Ze mogen een helpende hand bieden waar ze geplaatst worden met de genade die ze hebben ontvangen. Het zijn de arbeiders in Gods Koninkrijk in het ambt van alle gelovigen. Nooit geeft de Heere iemand Zijn genade voor niets. Altijd weer kunnen en mogen, ja moeten ze deze gebruiken.

Het wonderlijke in het leven van de genade is dat alles zo in elkaar past. Hoe is het mogelijk dat daar nu net die mens is. Hoe bijzonder dat hier nu net datgene wordt gesproken. Van de ene verbazing valt Gods kind in de andere wanneer hij gaat zien dat het leven van hem wordt geleid. Dat de Heere echt overal voor zorgt. Met de genade Hem eigen. Nooit is Gods kind ergens voor niets. Nooit komt hij tekort. Overal ziet Hij de zorgende hand van de Heere. Hij raakt hierin niet uitgewonderd.

Zeker kan er een stille tijd komen. Een tijd waarin de genade van de Heere schijnbaar niet wordt opgemerkt. Waarin het lijkt of de Heere Zijn kind is vergeten of verlaten. In die tijd moet worden gehoopt en gewacht. Vertrouwend op de Heere komt daar vanzelf weer een moment waarop de Heere Zelf spreekt. Nooit zal het geloof in deze ook maar teveel verwachten. De Heere maakt niet beschaamd. Alhoewel de weg van de belofte naar de vervulling wel door de zee kan gaan. Doch ook het wachten behoort bij de lessen die uit genade worden geleerd. Wachten is genade. Want van onszelf kunnen we niet wachten tot de Heere spreekt. Steeds opnieuw lopen we de Heere voor de voeten als Hij het niet verhoedt. Of raken we in vertwijfeling en komen we zo in het donker terecht. Gods kinderen leven van genade. Van zichzelf kunnen ze geen goed voortbrengen. De Bijbel zegt dat zelfs hun keel een geopend graf is. Mijn in Zijn Licht zien ze het licht. En daar is genade genoeg.