Een christenreis                                                          
                                                                                                                                                                                                                 
De Heere Zelf wijst de weg aan Zijn volgelingen. Het is menselijk hierbij eigen conclusies te trekken. Doch na deze zullen we pas verstaan wat de bedoeling van de Heere is met de richting die Hij heeft aangewezen. Het is dan ook niet christelijk om op de dingen vooruit te lopen. In stilheid en vertrouwen zal uw sterkte zijn.

Dit kan bij het inslaan van een nieuwe richting wel eens heel moeilijk zijn. Het is alles zo onzeker. Hoe zal dit zijn? Het moeilijke voor een christen is om te blijven vertrouwen op de Heere. Dies hoe het ook moge tegenlopen. Toch op Zijn goedheid blijven hopen. Bij het zeker weten van de weg die moet worden ingeslagen is opluchting. Men denkt er aanvankelijk weer uit te zijn. Doch al heel snel komt bestrijding. Want nooit wordt een weg gewezen zonder doel. En dat doel is dan weer de verdere groei in de genade. En uiteindelijk is dat alleen te verkrijgen in een weg van louteren. In de smeltkroes. In de oven.

 
Een christen moet meer en meer leren zich van mensen niets aan te trekken. Zo kunnen deze met allerlei dwaze vragen en opmerkingen in het nauw brengen. De strijd des te erger maken. Een christen heeft ook in deze onderwijs nodig. Van geoefende christenen die weten van het klappen van de zweep. Bovenal is het de Heilige Geest Die in alle Waarheid leidt. In het hart van de christen Zijn weg schrijft. Maar ook leert volharden. En het is naar het Woord dat de uitkomst niet zal falen.

Het is echter zeer moeilijk de eerste stappen op een nieuwe weg te zetten. Wanneer het een weg is om te werken, het gaat nog wel. Maar om nu te wachten en stil te zitten. Dat is een bijzondere leerschool. Christenen zijn geen luie mensen. Ze willen zo graag de Heere een handje meehelpen.

Leven vanuit het geloof is een dagelijks sterven aan het eigen-ik. Nu leef niet meer ik, doch Christus leeft in mij. Het is niet zo dat alleen onze ziel is geschapen. We hebben ook met ons lichaam tot eer van God te leven. Onze wil, onze gedachten. Onze woorden en onze werken. Laat het al zijn tot eer van God. Het kan alleen in een loslaten van alles wat niet is tot Zijn verheerlijking. Zo wordt een christen uiteindelijk een vreemdeling hier beneden. Is het een zwerftocht door het leven. Gij weet o God hoe ik zwerven moet op aard. Er komen tijden in het leven waarop alles zo gemakkelijk schijnt te gaan. Doch steeds opnieuw is het een vastlopen met de dingen om je heen. En dan weer is het zoeken naar de wil van God om verder te gaan. Het kan immers niet zijn dat het de bedoeling van de Heere is om lui terneer te zitten. Dat Hij geen werk meer voor Zijn kinderen heeft.

Toch kent de Heere het rusten van al de arbeid. Om een poosje stil te zitten. Op nieuw onderwijs wachten. Een nieuwe handwijzer in het leven. Gods kinderen weten uit ervaring dat de Heere terugkomt wanneer Hij Zich een ogenblik verborgen houdt. Doch steeds opnieuw moet het wel weer waarheid in het leven worden. De Heere is een verrassend God. Hij komt door gesloten deuren. Wanneer het erop lijkt dat het wonder niet meer zal gebeuren.

Een christen kan menen dat het geloof niet wordt beoefend. Wanneer alles donker is en stil. Doch juist dan wordt het geloof versterkt. Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven. Het is een sterven aan het zichtbare. Aan het gevoel. Om het dan alleen met het vertrouwen op de Heere God te moeten doen.

Vreest niet, geloof alleenlijk.

 
Ik geloof Heere, kom mijn ongeloof te hulp.