Ik wil jou van harte dienen.

Een christen heeft een leven vol verantwoordelijkheid. Iedere dag is het de vraag welke de weg is die de Heere van hem vraagt. Bewandel geen wegen, al schijnen ze recht, alvorens te vragen wat God ervan zegt. Een christen weet dat hij wordt gevoed door Christus. Zo mag hij afgaan op zijn gevoel. Zijn gevoel weerspiegelt de stem van de Heere Zelf. Dit is de weg en bewandel die. Een christen weet wanneer hij het verkeerde spoor opgaat. Op dat moment wordt het donker. Hij krijgt de Heere tegen. Het gevolg is verachtering in de genade.

Het is goed wanneer een christen eerlijk behandeld wordt. Wanneer hem gewezen wordt op zijn verkeerde handel of wandel. Dan is het genade wanneer ook wordt geluisterd.

Aan de andere kant heeft men alleen te wijzen op de zonde. Er zijn mensen die altijd kritiek hebben. Het gevolg is het in vertwijfeling brengen van hen die pas op de weg zijn. Met de mogelijkheid dat men het maar opgeeft. Zo kan men iemand in de weg staan……

Wanneer de Heere iemand wil hebben, Hij zal andere wegen gaan. Uiteindelijk komt de aangeraakte mens toch op de plaats van bestemming. Veilig Thuis.

Ieder mens moet worden gevoed in de leer die is naar de Godzaligheid. Op de plaats waar nog de Waarheid wordt verkondigd. Geloof en bekering moet persoonlijk worden. Uiteindelijk wordt men maar door ene Leidsman geleid. Het leven is sterven aan alle onderwijzers. Om door God Zelf onderwezen te worden. Van God geleerd.

Dit is heel moeilijk en zwaar in het leven. Er zijn de oefeningen om uiteindelijk als een eikenboom der gerechtigheid te staan. Door geen enkel tegenwicht meer te bewegen. Het vermogen om met iedere aanvechting met de Heere persoonlijk te onderhandelen. Waar de Heere duidelijk, rechtstreeks spreekt: dit is de weg en bewandel die. Ik zal geen grote wankeling vrezen.

Een christen is een afgezonderd mens. En toch is daar die gemeenschap der heiligen. Dat is dan het geheim. Alleen staan in het leven. Persoonlijk onderwezen worden. En toch geen zonderling worden. Want de Heere roept steeds om werk voor Hem te verrichten in Zijn Koninkrijk. Met de geschonken gaven dienstbaar te zijn voor Hem. Onderwijzen hen die dwalen. Brengen in het rechte spoor. Als een middel in de hand van God anderen de weg wijzen.

Een christen is niet lui. Altijd is hij paraat om in het leger van Koning Jezus te dienen. Daar ik op Gods inspraak wacht. Zeker zijn de opdrachten niet altijd welkom. Doch er was maar ene Jona.

Ieder christen wordt zo anders geleid.

Een boom wordt aan de vruchten gekend. Het is de liefde die uiteindelijk samenbindt. Er wordt gezongen: Ik wil jou van harte dienen. En als Christus voor je zijn.

Een christen ziet in en van zichzelf geen goed. Maar ook dat is niet belangrijk.

Gedreven door de onwederstandelijke werking van de Heilige Geest worden toch meer vruchten gedragen. En uw vrucht wordt in Mij gevonden. De Heilige Geest zal het uit het Mijne nemen en u verkondigen.

Als ik dit wonder vatten wil, staat mijn verstand, vol eerbied stil.