Onze doop.

Ik heb het nooit zo begrepen. Maar nu is het me duidelijk. Je bent gedoopt. Gebracht op het erf van de genade. Daar heeft de Heere als Eerste laten weten dat we krachtens onze doop geroepen zijn om bij Hem te horen. Daar heeft Hij het gezegd: je bent van Mij.

En zo zal Hij altijd weer de Eerste zijn Die dit bevestigt in het leven. Door Woord en Geest worden we in het leven onderwezen. Maar ons dwaalziek hart kiest andere wegen. Zo staan wij als mensen bekend. Onveranderlijk en onverbeterlijk. De Heere Die ons geroepen heeft. Apart heeft gezet. Recht heeft op ons leven. En wij die er niets van willen weten. Die liever eigen wegen gaan. De Heere Die door Woord en Geest ons achterna blijft lopen. En wij die het steeds opnieuw verbruien. Elke keer weer klopt de Heere aan ons hart. Met de roep en de vraag: Geef Mij je hart. Maar het zal een heel groot wonder zijn wanneer we gehoor geven aan deze roepstem.

Ook nadat we beloofd hebben de Heere te volgen en in Zijn wegen te gaan blijft ons hart arglistig. En zijn we dwaalziek. We vergeten de Heere en bewandelen een eigen gekozen pad. Het grote wonder is dat de Heere ons hierin laat vastlopen. Om ons opnieuw te roepen. Ja, onze roeping en verkiezing vast wil maken. Niet om ons. Maar om Zijn heilige Naam. Hij is immers onveranderlijk. Hij houdt getrouw Zijn Woord. Eenmaal zal voor ons het einde komen. En dan zal duidelijk zijn of we aan Zijn roepstem gehoor hebben gegeven. Of we daadwerkelijk zijn geworden die de Heere van ons vraagt. Een vat tot Zijn eer. Op de schijf van de pottenbakker. Op de schijf waar we steeds opnieuw vastliepen. Maar gekneed werden door Zijn liefdeshanden.

Veel zullen we in het leven moeten loslaten. Natuurlijk de zonde. Maar ook hen die ons in de zonde meetrekken. We zullen in Zijn wegen moeten wandelen. Niet een beetje rechts of links daarvan. Het leven met de Heere vraagt keuzes. In een leven tot Zijn eer. Niet dat we dan wettisch moeten leven. Maar Zijn geboden zijn niet zwaar. Iedere zondag horen wij ze in de kerk. Niet om ze in te vullen naar het goeddunken van ons hart. Maar om ze uit liefde tot de Heere te houden.

De Heere heeft als Eerste Zijn handen op ons gelegd bij de Heilige Doop. Het antwoord is aan ons. Wat willen we . Wat doen we. Hoe doen we dat. Zeker zal de Heere ons steeds opnieuw bepalen bij wie we zijn. En wat we doen wat niet is naar Zijn wil. In een weg van berouw en bekering geeft de Heere ons steeds opnieuw weer de mogelijkheid om de smalle weg te gaan tot het eeuwige leven. En alleen die volharden zal tot het einde zal zalig worden. Het Woord is duidelijk. En uit een stad en n uit een dorp. Velen zijn geroepen. Weinigen uitverkoren.  

Strijd dan de goede strijd. Grijp naar het eeuwige leven. Waar we bij de doop al toe geroepen zijn!