De drukking van de melk brengt boter voort.

 
Moeite en verdriet in het leven is niet naar ons vlees. Wij willen het liefst om de zorgen heen. Maar de Heere leert het ons anders. De zoon die Hij liefheeft wordt gekastijd. En dat om hem voortdurend te oefenen. Hij gaat net zo lang in de smeltkroes tot de Heere heeft wat Hij wil. Hij zoekt in mensen Zijn beeld terug. En in dat beeld neemt de liefde de grootste plaats in. Alles wat de Heere Zelf mee naar deze aarde nam zal gezien worden in Gods kinderen. Zodra er in het leven tegenslagen komen, er wordt gevraagd naar de oorzaak en naar het doel wat de Heere er mee heeft. Waarom die pijn. Waarom dat verdriet. Waarom.

Het wordt opnieuw een tijd van overdenken. Van zoeken. Van tobben. Van uitkijken naar licht. De ene keer gaat het gemakkelijk. Een andere keer is een beetje hulp nodig. Maar wanneer Gods Geest er in meekomt, er wordt altijd genade verheerlijkt in de grootste tegenslagen. Steeds weer komen mensen rijker uit de golven van de verdrukking dan toen ze erin gingen. Het is altijd een weg van tranen. Altijd een weg van berouw en ootmoed. Altijd een weg die geleerd moet worden. Maar uiteindelijk zal het duidelijk worden. De drukking van de melk brengt boter voort. De golven slaan nog. De zee is nog niet stil. Maar er is wel de hoop en de verwachting door het licht wat door de wolken heendringt. Er is de wetenschap dat ook deze verdrukking goed is. En in de omstandigheden die drukken wordt gedankt. Er wordt in het geloof gedankt voor de verdrukking die er nog is. Een verdrukking die eigenlijk al niet meer wordt gevoeld.

Alles in het leven zal medewerken ten goede voor hen die naar Zijn voornemen zijn geroepen. De grootste drukking zal nog zijn vrucht doen zien. En die vrucht is altijd weer te merken in de liefde die eruit voortkomt. Een liefde die zo groot is, zo rijk. Daar kan soms tijden niet over worden gesproken. Dat is dan alleen maar een uitwonderen van zo grote liefde die de Heere heeft geschonken.

De drukking van de melk brengt boter voort. Wanneer een eerste jaar er de waterige vruchten zijn, de tijd die komt zal tonen dat ze fijner van smaak worden. Heerlijker van geur. Het is de geur van de liefde. En allen die hem kennen snuiven hem op. Er wordt gezien dat na een dorre tijd weer nieuw leven is gekomen.

De dagen van de duisternis van Gods kinderen zijn veel. Zeker zoeken zij ze niet. Maar uiteindelijk leren ze er wel in roemen. Roemen in de verdrukking. Ze zingen met luide stem: Het is goed voor mij verdrukt te zijn geweest. Het zijn tijden die niet door iedereen worden begrepen. Maar Gods kinderen leren het allen dat ze door veel verdrukking in zullen gaan. De verdrukking die hen loutert en heiligt. Die hen uiteindelijk geschikt maakt voor de Heere. De Heere wil geen enkele vlek of rimpel in Zijn bruid zien.

Steeds weer denken ze er nu wel te zijn. Maar de Heere houdt niet op. Zijn genade wordt verheerlijkt in een nieuwe diepte. En in de diepte groeit de mirte. Daar wordt gesmaakt en geproefd dat de Heere goed is voor slechte mensen. Vertrouwend gaan ze de weg verder. Wetend dat na het zure het zoet zal komen. Doch zolang ze op deze aarde zijn zal het blijven zo het was. Een leven van op en neer. Om te leren wat het wil zeggen dat de drukking van de melk de boter voortbrengt.