De dagen der duisternis zijn vele.

De meeste in de genade kent de dagen van de duisternis. Wanneer de vragen bovenkomen: Waar is God? Tijden waarop alles zo is toegesloten voor eigen waarneming. Wel gevoelig. Maar er is geen geloof. Er is de wetenschap en de zekerheid om het met dat genoemde gevoel niet te kunnen doen. Er staat immers niet dat men door het gevoel behouden zal worden. Het is het ware zaligmakend geloof wat zal behouden. Het geloof in de Heere Jezus. De Redder van de wereld. Waar dan de vraag zal worden gesteld: Ook voor mij?

Deze vraag kan zo sterk zijn dat alle lust om verder te leven ons wordt ontnomen. Er is immers geen zekerheid op het moment wanneer de twijfel in deze wordt waargenomen. Een duisternis overvalt mensen. Waarvan het Woord zegt: De dagen der duisternis zullen veel zijn. Oorzaak van deze vragen kunnen de omstandigheden zijn. Wanneer de vragen oprijzen: Zou de Allerhoogste van mijn klagen en bittere rampen wel kennis dragen? Er wordt uitgezien naar een blijkje van Zijn gunst. Met de wetenschap dat dit altijd door de geloofsoefeningen heengaat en dus niet altijd een pasklaar antwoord wordt gevonden binnen korte tijd.

Er komt of is een strijd. Deze kan in hevigheid verschillen. Het heeft met heel veel dingen te maken. Aard en karakter zullen bijvoorbeeld een rol spelen in deze. Wat zeer zeker in een uiterlijk opmerken door anderen wordt gezien. De één loopt met zijn strijd te koop. De ander ervaart de strijd diep van binnen maar kan deze verbloemen. Zodat niemand merkt hoe zwaar deze is. Misschien zelfs erger dan bij diegene die het zo laat blijken.

Er kunnen in deze tijd van donkerheid dingen gebeuren. Er wordt als het ware een glimp gezien van het Licht waarnaar men uitziet. Er kan inderdaad een moment komen waarop men zelfs denkt dat de Heere Zich heeft getoond. Maar ook even zo snel is die gedachte weg en de hoop vervlogen. Het zijn alle uitreddingen waarbij het gevoel een zo grote rol speelt. En juist aan dat gevoel moet men leren sterven. Alhoewel het geloof ook weer niet zonder het gevoel gaat.

De ware bestreden mensen weten heel goed wanneer het moment is gekomen waarop niet het gevoel maar het geloof het Licht doet zien. Daarbij moeten we weer onderscheid maken tussen de kleintjes en de groteren in de genade. Wanneer we terugkijken naar de discipelen zien we een Johannes, een Petrus. Maar Thomas koos ervoor alle onzekerheid uit te sluiten en eiste als het ware de vingers in de zijde van de Heere te leggen. Natuurlijk zijn er weer die deze man veroordelen. Maar al Gods kinderen leren zich op de één of andere wijze kennen als zo’n ongelovig mens.

Altijd met de Heere geweest. En toch komt er een moment waarop men zich kan vinden in het geloofsleven van zo één. In de duisternis worden de meeste oefeningen geleerd. Een belangrijke les is zich niet te verheffen. De Heere maakt geen grote mensen. Geen mensen die het zonder Hem kunnen. Het zijn allen mensen die meer en meer moeten leren het alleen van Hem te verwachten. Geen genade buiten Hem. Geen geloof zonder Hem. Geen Licht dan alleen wanneer Hij Zich aan hen openbaart. En die momenten staan in hun geheugen gegrift. Dan weten ze ook weer: Ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord. De dagen van de duisternis zijn veel. Ze zijn niet aangenaam. Maar het is erger ze niet te kennen.