Stil verdriet.

Je komt ze tegen, mensen die altijd klagen. Over datgene wat anderen hen zouden hebben aangedaan. In de zogenaamde slachtofferrol vinden ze zichzelf de meest onterecht behandelden. De schuld ligt altijd bij die  ander. Men zoekt bijval. Men zoekt zijn gelijk. Het liefst ziet men die ander door het stof naar hen toe kruipen. Vergeving vragend. Om dan mogelijk te laten weten hoe vergevingsgezind men zelf wel is. Nooit zien ze zichzelf. Zij zijn immers zo goed. Zo recht. Zo aardig. Zo eerlijk. Zij hebben met niemand ruzie. En menen ten stelligste dat men geŽerd en geprezen wordt. Of dient te worden.

Mensen die zichzelf niet kennen. Zichzelf niet zien in het juiste licht. Van dezelfde lap gescheurd als iedereen. Hoogmoed doet hen ver en fier boven elk ander mens staan. En in een weg van voortdurend klagen en kletsen over die ander gaan ze hun eigen weg.  In de gedachtegang die ze zelf voeden. Mogelijk nog door een enkeling gesteund.

Daar tegenover zien we anderen. Ze gaan ook een eigen weg. Ze klagen niet. Zeuren niet. Zoeken geen aandacht. Maar hebben geleerd dat wat hen van binnen verscheurt vanwege hen aangedaan pijn en verdriet te verbergen. Enkel en alleen omdat ze weten dat er door hen de voetstappen van de Heere Jezus moeten worden gedrukt. Er is een weg voor hen uitgestippeld om in de omstandigheden van het leven achter Hem aan te komen. Hem te volgen in de weg die Hij ging. De smarteweg. De Via Dolorosa. Wat mensen hen aandeden of doen kan een kruis zijn. Maar zonder kruis is er immers straks geen kroon.

Dat is geen gemakkelijke weg. En in het zien op de omstandigheden een voortdurende strijd. Toch is daar steeds weer het zien op Jezus. Die als men Hem schold niet weder schold. Als Hij leed niet dreigde. Er wordt daarentegen gesproken in het Woord om de andere wang toe te keren als op de ene wordt geslagen.

Met stil en verborgen verdriet wordt ook een eigen weg gegaan. Het hoofd omhoog, het hart naar boven. Zo dragen zij datgene wat hen in het leven is overkomen. En overkomt. En niemand hoeft te weten welke de pijn is, door anderen hen aangedaan. Er is een bede in het hart om alles steeds maar weer over te kunnen geven in de handen van hun hemelse Vader. In de wetenschap dat Hij alles heeft gezien en nog ziet. Dat Hij alles weet.  

Het bezig zijn met dat wat anderen je hebben aangedaan kan alle lust in het leven je ontnemen. Het onthoudt je het zien van datgene wat je hebt. Het maakt mensen eenzaam en doet hen alleen staan. Immers wie kan het persoonlijke leed van mensen ten diepste begrijpen. Het leed wat mensen zelf vaak niet eens onder woorden weten te brengen.

De Heere wil mensen leren Hem hun nood te klagen. Hij wil de nood van hen af nemen en de druk verlichten. Hen een richting wijzen die ze voorheen niet voor mogelijk hadden gehouden. Dan is hun pijn en hun verdriet niet meer het hunne. Dan weten ze dat de Heere het voor hen op heeft genomen.

Stil verdriet geeft tranen. In de eenzaamheid worden ze geschreid. Doch in de wetenschap dat de Heere die tranen in Zijn fles bewaart wordt toch de weg gegaan. De weg die de Heere wijst. Met de krachten die ze van Hem ontvangen. Om te doen wat Hij vraagt.