Eikenbomen der gerechtigheid.

In het geestelijke leven is een groeien in de genade. Een groeien in het geloof. Een steeds vaster vertrouwen. Het gaat zeer zeker op en neer. Dan weer ervaren Gods kinderen iets van het verkrijgen van meer genade. Dan weer lijkt het alsof de hand van de Heere in deze zo stil is. Ze worden onrustig. Vragen zich af of het wel echt waar is geweest in hun leven. Het drijft hen weer uit in het gebed tot de Heere. In een tijd van wachten lopen ze vaak in het donker. Niet eerder dan wanneer hun verlangen weer is bevredigd ervaren ze een nieuwe groei in hun genadeleven.

In de eerste bekering is een hartelijk liefhebben van de Heere en Zijn dienst. Er is een zoeken geboren naar Hem. Om nu voortaan veel van Hem te leren door Zijn Woord en door Zijn Geest. Er is een verlangen om iedere dag te ervaren dat er meer wordt geleerd en geschonken. Hoe gaat dat nu in het verdere van het leven. Hoe krijg je meer genade. Hoe ga je de genade die  ontvangen is in de praktijk van je leven een plaats geven. Wat werkt de genade verder uit. Kortom, er zijn zoveel vragen. En wie zal er een goed antwoord op weten?

Er zijn, zo wij weten, kleintjes in de genade. De zogenaamde zuigelingen. Zij zijn nog maar net op de weg. Ze moeten nog zoveel leren. Dat is helemaal niet erg. Wanneer ze maar de goede leermeesters om zich weten. Die hen verder op de weg helpen. Ze zijn nog zo teer. Zo zwak. Ze zijn zo snel in twijfel. Ze zijn zo vaak bang niet op de goede weg te zijn. Goede leraren vertellen hen in hun angsten de weg die ze moeten gaan. Ze wijzen hen op het geloof. Ze wijzen hen op het gebed. Ze leggen het Woord uit. Ze openen de beloftes. Ja ze zeggen dat het oog in hun weg maar op de Heere geslagen moet worden. De dieptes blijven het hele leven komen. De omstandigheden zijn nooit anders. Maar wanneer wordt gezien dat de Heere keer op keer uitredt, het geeft het vertrouwen en het geloof voedsel. Zeker zal de één hier door aard en karakter meer moeite mee hebben, maar op een gegeven moment komt er toch meer hoop. Meer verwachting. En in de moeite en de golven van het leven wordt stil gewacht op de zichtbare uitkomst die de Heere geeft. Waarvan ze meer en meer durven spreken tegen diegenen die hen beklagen. Nooit zal de Heere hen vergeten of verlaten. Zo worden zij uiteindelijk door het groeien in hun geloof en vertrouwen de leermeesters van anderen. De zuigelingen worden jongelingen.

Diegenen die het zwaarst worden beproefd en daarbij goed onderwijs ontvangen groeien op tot diegenen die ook weer het meest zuiver onderwijs kunnen geven. Voor hen leeft het Woord. In hen woont de Geest. En door die Geest mogen ze zich laten leiden in het leven. Hoe het ook mag tegenlopen, ze blijven op Gods goedheid hopen. Wanneer ze terugkijken in hun leven, wat hebben ze vaak getobd, Wat zijn ze vaak in twijfel geweest. Ze weten heel goed dat de reis niet kalm zal worden. Dat de stormen ook in het verdere zullen blijven woeden. Maar ze weten ook dat ze juist in die zeeën zullen leren zwemmen, oftewel groeien in het geloof. Tot uiteindelijk een vader of moeder in Israël. Of, nog vaster in dat geloof, een eikenboom der gerechtigheid. Het geloof zal nooit teveel verwachten. Dat wil niet zeggen dat dezen altijd maar grote dingen verlangen. Dat geven ze niet door aan diegenen die ze mogen onderwijzen. Ze mogen onderwijzen in het leven met de dag. De Heere schenkt vandaag opnieuw Zijn genade. Zijn troost. Zijn bemoedigingen. Ook zullen er deze dag weer aanvallen zijn van de vorst der duisternis. Ze leren zelf en anderen  per dag te vertrouwen dat de Heere in alles zorgt en wijzen op het volgen van Hem.