Het einde van de zaak.

Vreest God en houdt Zijn geboden. Dat betaamt alle mensen. Waar mensen ook door de Heere gezet zijn in dit leven. Waar ze worden geboren. Waar ze opgroeien. Waar ze werk vinden. Het einde van de zaak, het belangrijkste, is: vreest God en houdt Zijn geboden. Dat geldt niet alleen een predikant. Of een gemeentelid. Dat geldt alle mensen. Dat geldt u en dat geldt mij. Wie we ook zijn. Waar we ook wonen.

Vreest God en houdt Zijn geboden.

En dan staat er in het Woord dat Zijn geboden niet zwaar zijn. Als het goed is willen we niets anders. We komen erachter dat wat we doen met zonde is bevlekt. Doch we staan er naar om ons te houden aan Gods geboden. En wanneer we alles samenvatten, dan draait het om de liefde. Het liefhebben van God. En vervolgens het liefhebben van de ander. Om uiteindelijk die ander lief te hebben zoals we onszelf liefhebben. Het meeste van alles is de liefde. Wat we ook doen, wat we ook spreken, het draait om de liefde.

In het liefhebben van de ander ligt gunning. Daar ligt vergevingsgezindheid. Daar ligt meeleven. Daar ligt barmhartigheid. Daar ligt geduld. Ja daar liggen alle vruchten gewerkt door Gods Geest. Wie door Gods Geest wordt geleid is een kind van God. En is het evenbeeld van de Heere Jezus Christus. Met alle tekort. Met alle gebrek overheerst de liefde. Dan behoeven we niet ver te zoeken. Dan is het de liefde in ons gezin, in ons huwelijk. De liefde tot hen die ons het meest na staan. De liefde in de kerkelijke gemeente waartoe we behoren. En wat we ook tegenkomen, hoe we ook worden miskend, de Heere Zelf spreekt ons zalig. Zalig hen die vervolgd worden om Mijnentwil. Die vervolgd worden omdat ze het beeld van Christus vertonen.

Het leven is zo vol van allerlei ding. De zorgen van het leven worden dagelijks groter. Met deze en gene kunnen we onze dagen vullen. De geest van de tijd vraagt veel, ja soms alles. Nooit is het genoeg als we toegeven aan dat wat we verlangen. Aan dat wat er te verkrijgen is. Een titel in de maatschappij. Een huis als geen ander. Geld op de bank. Het meer is nooit genoeg als we er zelf geen paal en perk aan stellen.

Doch het einde van de zaak is: vreest God en houdt Zijn geboden. Want dat betaamt alle mensen. En alleen in God is rust te vinden. In Hem houdt alles op wat stress heet. Er blijft een rust over voor het volk van God. In een onderscheidingsvermogen van dat wat wel of geen waarde heeft voor de eeuwigheid.

Het is niet van belang wat we doen. Het gaat erover wie we zijn. En een goede boom brengt goede vruchten voort. De boom die de vruchten niet draagt wordt omgehouwen en in het vuur geworpen. Leren wat de Heere van ons vraagt eist rust. Het eist een inkeer tot onszelf. Een vragen aan Hem: Heere wat wilt Gij dat ik doen zal. De Heere schenkt genade. Genade om te besteden in Zijn dienst. In de liefdesdienst. Waarin Zijn geboden niet zwaar zijn.

Vreest God. Alles wat gij doet laat het zijn tot eer van Hem. Wat valt er dan veel weg.

Het einde van de zaak is: vreest God en houdt Zijn geboden. En Zijn geboden zijn niet zwaar. Rust, orde, regelmaat. Het zijn de beginselen die passen in een christelijke godsdienst. Bewandel dan geen wegen, al schijnen ze recht, alvorens te vragen wat God er van zegt.