Door de wind heen en weer gedreven.


Omstandigheden kunnen mensen in twijfel brengen. Er kunnen veel vragen op hen afkomen. Hoe kom ik uit de vervelende situatie waarin ik verkeer. Ook Gods kinderen kennen deze vragen. En heel gemakkelijk gaan ook zij, na ontvangen genade, zelf aan het werk. Er is ook in deze onderwijs nodig. Want juist de omstandigheden van het leven moeten hen oefenen in het geloof. In het vertrouwen dat de Heere het leven bestuurt en regeert. In het terugkijken in het leven komen dingen voor de geest die moed geven. Want was het niet de Heere Zelf die een eind maakte aan een situatie die onhoudbaar was geworden? Was Hij het niet die zag wat niemand opmerkte?

In de moeite en in het verdriet van het leven wordt door Gods Geest geoefend. Er moet een groeien komen in de genade. Een groei in het geloof en het vertrouwen. De Heere laat de meest moeilijke momenten toe. Om juist dan niet weer als door die wind heen en weer te worden gedreven. Juist vragen als: Hoe moet het toch ooit goed komen, zijn kleine speldenprikken om te vertwijfelen. En het recht in eigen hand te nemen. Kwam Abraham hierdoor niet in de meest nare situatie terecht?

Het geloof en het vertrouwen is niet oorzaak om hiermee als hoogbekeerde mensen voor de dag te komen. Als diep afhankelijk en heel ootmoedig wordt in de eenzaamheid de strijd in deze gestreden. Daarbij wordt zo vaak gezien dat die oude mens zomaar weer opstaat. Dan zal hij wel weer dit of dat. Gods kinderen moeten leren staan voor datgene wat ze zich hadden voorgenomen. En niet bij iedere impuls een andere koers gaan varen. Er wordt gezien hoe de duivel allerlei raadgevingen van misschien de beste vrienden gebruiken zal om te twijfelen. Zich afvragen wel een goede weg te gaan is niet slecht. Integendeel. Maar zich door iedereen te laten raden geeft de meest grote onevenwichtigheid in het leven.

Gods kinderen mogen een eigen geloofsleven hebben. Zij mogen een eigen weg met de Heere gaan. Zij mogen vertrouwen op Hem. Maar dan moeten ze wel leren met eigen handen af te blijven van datgene wat ze de Heere in de hand mochten geven. Waarbij ze het leerden zeggen: U weet alle dingen Heere.

Gods molens malen langzaam. Maar wel zeker. Soms kan het jaren duren voor weer gezien wordt dat de Heere in het verborgene toch droeg. Zoals de bekende voetstapjes in het zand laten zien. Wat geen mens voor mogelijk houdt gebeurt. Hij houdt staande in de stormen van het leven. Zelfs wanneer het geloof bestreden wordt. De satan zijn influisteringen laat horen. Nooit zal de Heere de val van Zijn kinderen toelaten.

Strijd is niet erg. Integendeel, het was te vrezen als het er niet meer was. Strijd zijn de werkzaamheden. Het zelfonderzoek. Het gericht zijn op de Heere met de vraag om een blijkje van Zijn gunst. Strijd en werkzaamheden kunnen het licht wegnemen. Er kan een grote donkerheid over Gods kinderen komen. Juist dan is het zaak de stilte en de eenzaamheid te zoeken. En te wachten tot de Heere Zich opnieuw laat zien. Dan wordt met vreugde ervaren dat niet in vertwijfeling is geprobeerd zelf sturing te geven. Maar dat de Heere opnieuw de weg wijst die moet worden gegaan. Dat Hij getrouw is en blijft. Dat Hij Dezelfde blijft terwijl alles kan afkomen op de meest geoefende in de genade.