Gods plannen falen niet

Wij weten doorgaans heel goed wat we willen. Hoe we het willen hebben. Wat we van anderen verwachten. Zo nodig zetten we onze zin op een nare wijze door. Dwingend en dominant. Of misschien negeren we met dat doel mensen. Zeer zeker zal dat lukken bij verschillende mensen. Het lijkt alsof we het zo wel voor elkaar zullen krijgen wat we beogen.

Boven de wil en wet van mensen staat het plan van God. Wat we ook eisen, zonder Gods goedkeuring zal het een doodlopende weg worden. Hij staat met Zijn wil en weg boven de gedachte van mensen. Op Zijn eigen wijze laat Hij gemaakte plannen van mensen lukken of vastlopen. Hier en daar gaan Zijn kinderen. En zij zullen in de omstandigheden blijvend groeien in de genade van de Heere Jezus Christus. In alle dingen zullen ze zien dat de belofte van de Heere waar zal zijn: Alle dingen zullen meewerken ten goede degenen die naar Zijn voornemen zijn geroepen. Wat mensen ook beogen. Wat ze ook proberen tegen te houden, Gods kinderen ervaren de bewarende hand als zijnde de appel van het oog. Geen kwaad, geen boze gedachte zal hen hinderen.

Zeer zeker zullen ze in de omstandigheden geoefend worden in dit geloof. In het geloof dat het de Heere Zelf is Die hen behoedt en bewaart. Die hen leidt en brengt waar Hij dat wil. Dat geloof is niet altijd even sterk. Soms kan de duisternis hen overvallen. Dan weten ze niet hoe de weg verder zal zijn. Hoe het in hun leven toch waar zal blijken te vallen onder de beschermende handen van God van eeuwigheid voor Zijn kinderen. Ze zijn benauwd om te komen. En om zich heen horen ze de stemmen die harder of zachter de vraag stellen: Waar is hun God op Wie ze vertrouwden?

Door het leven van Gods kinderen loopt een rode draad. Het is de besturende hand van de Heere Zelf. Hij maakt het zo dat Hij aan Zijn eer komt. Dat Zijn kinderen mogen delen in die eer. Alleen het vaste geloof en vertrouwen zal maken dat omstandigheden die benauwen te dragen zijn. Dat niet wordt gekeken naar die omstandigheden. Maar dat geloofd wordt in de uitkomst die, naar Gods eigen Woord, niet zal falen. Gods volk is in deze een menigte van mensen die als eenzaam door het leven gaan. Ze worden niet begrepen. Zelfs niet door hen die heel dicht bij hen staan. Vraagtekens worden opgroepen bij nu naasten. Is dat nu de weg die God met Zijn kinderen gaat? Ze worden in deze openlijk of in het geheim bespot. Weinigen willen met deze mensen te maken hebben. Bang met hen om te komen. Het wonderlijke is echter dat ze toch worden gevolgd. Niemand wil het weten, maar de nieuwsgierigheid dringt hen als een Petrus, die de Heere toch achterna ging. Maar op een vraag van een dienstmaagd sprak hij een leugen uit.

Gods plan is tot uiteindelijke eer en verheerlijking van Zijn Naam. Gods plan is het zalig maken van mensen door Zijn Woord en Geest. Gods plan is het louteren en heiligen van deze mensen om Zijn Naam groot te maken. Want de grootste wens van al Gods kinderen is het leven tot eer van Zijn Naam.

De Heere is niet met weinig tevreden. Hij vraagt alles. Het gehele hart. Hij maakt het tot Zijn lof en dienst bereid. Het leert vragen: Uw Koninkrijk koom’ toch o Heere.