Van God geleerd

De Heere heeft op deze aarde Zijn kinderen. Er zijn de kleintjes en de groteren in de genade. Ze hebben meer of minder van de Heere geleerd. In het leven wat zij met de Heere gaan worden ze geoefend. Er blijft altijd onderscheid. Waar de één tevreden is met zijn of haar geloof, de ander zoekt steeds meer te zien van de schoonheid van Christus. Waar de één genoeg heeft aan zijn of haar gevoel, de ander zoekt in een nuchter denken Gods wil te doen. Daarin ligt dan altijd het geloof ten grondslag. Zijt nuchter en waakt. In een nauwgezet leven zoeken ze godvruchtig te wandelen. Gods kinderen zoeken steeds meer van Christus te zien. Maar dan altijd in Zijn opstandingskracht. Gods weg in dat nieuwe en godzalige leven. Ze komen er achter dat de kracht van het Bloed van de Heere Jezus veel verder reikt dan menigeen kan of wil vermoeden. Waar velen blijven staan bij het Kruis, zij mogen als Maria leren dat de Heere is weggegaan. Dat er een geheel andere gang in het leven is gekomen. Dat er voortaan een leven vanuit het geloof moet worden beoefend in alle omstandigheden van het leven. Want hoe kan je met Jezus sterven wanneer je niet met Hem hebt geleefd. In een dagelijkse begenadiging ontvangen ze genade voor genade. Ze ontvangen alles wat ze nodig hebben om de moeilijkheden die voor hen zijn weggelegd te doorzien. Ze hebben uiteindelijk geen mensen nodig bij de problemen die ze krijgen. Het zoeken naar hen is altijd een oorzaak van strijd. De Heere heeft hun schouders gemeten. Hij weet wat zij kunnen dragen. En helpt hen in een persoonlijk onderwijs. Wat ze dan wel van Hem alleen moeten verwachten. Datgene wat ze van de Heere krijgen is voor de wijzen en verstandigen verborgen. Het wordt de kinderkens geopenbaard. Dit altijd in een afbrekende weg van zichzelf. Ze moeten in het onderwijs wat ze van de Heere ontvangen leren van mensen af te zien. Om uiteindelijk in een persoonlijk gaan met de Heere Zijn wegen te leren.In een weg die wel eenzaam is. Maar zeer profijtelijk. Het worden dan zoals het Woord het noemt de eikenbomen der gerechtigheid. De mensen die van God zijn geleerd. De Heere leert Zijn kinderen dat ze dit van zichzelf nooit zullen denken of zien. Want op het moment dat hoogmoed door genade hen treft, zullen ze zeker weer hun zwakheid door  eigen vermeende kracht gaan inleven. Vaak zijn het de mensen die met hun lampje op de rug lopen. Wat dan vooral met mensen met minder genade een struikelblok kan zijn door de jaloezie die ook in het geestelijk leven kan zijn.

De Heere gaat Zijn onbegrepen weg met Zijn kinderen. Hij onderwijst hen in de weg die is naar de Godzaligheid. Daarbij staat voor hen altijd Gods Woord centraal. Het heeft volkomen heerschappij in hun leven. Door Woord en Geest leert de Heere hen Zijn wegen. Dat zijn geen effen paden. Keer op keer zullen ze stilstaan door de schijnbaar afgesloten wegen van alle kant. Maar even zovaak zal de Heere terugkomen op dat werk wat Hij is begonnen. Hij spreekt op Zijn tijd en wijze de welbekende woorden: Zegt de kinderen Israéls dat ze voorttrekken. Er zullen in dit leven moeiten blijven. Problemen zullen zich blijvend aandienen. Paulus leerde roemen in het kruis en in de verdrukking. Hij leerde bij ondervinding dat juist dat de genade vermeerderde. Zeker zit niemand te wachten op drukwegen. In de verdrukking is daar zeker bij tijden een donkerheid die geen hand voor ogen meer doet zien. De oorzaak ligt altijd bij de mensen zelf. Maar het uitzien naar de komst van de Heere in deze is nooit tevergeefs. Al Gods kinderen zullen uit de dieptes komen met meer genade dan ze voordien hadden. De genade die ze krijgen heeft gezag. En vanuit die kracht zingen ze met David dat ze tienduizenden niet zullen vrezen.