Gods zorg over alle dingen.

Gods kinderen mogen vertrouwen op Gods trouwe zorg in hun leven. Gods trouwe zorg over alles. En niets ontgaat Hem. Niets is Hem onbekend. Dat moeten ze leren. En daarop mogen ze vertrouwen.

We kunnen de grote dingen noemen. De gezondheid. Het eten en het drinken. Het ontwaken na de nacht. Maar ook andere zaken. Zijn zorg over onze agenda. De invulling van ons leven. Het werk wat we al of niet hebben. Onze portemonnee. Onze familie. En dan zijn nog heel veel punten niet benoemd.

Het wil niet zeggen dat het leven altijd zonder zorgen is. Dat er geen problemen zijn. Integendeel.  Doch er is een troost. De Heere gaat ook daar over. Hij weet ook van onze zorgen. En ook van onze pijn. Van ons verdriet en onze moeite. Ja HIj weet alles. En Hij gaat overal over. Opdat we het in Zijn handen leggen.

En wanneer het niet altijd gaat zoals wij ons dat wensen, dan wacht HIj op ons met alles wat ons bezig kan houden. Om ons te onderwijzen. Te leren wie Hij is. En wie op Hem vertrouwt zal nooit beschaamd uitkomen. Het kan zijn dat het alles anders gaat dan we hoopten of dachten. Maar we zullen zeker zeggen dat het beter is dan we hadden durven denken.

Gods kinderen mogen alles van de Heere verwachten. Alles uit het leven mogen ze Hem voorleggen. En ook hiervan geldt het dat de grote en de kleine dingen bij Hem welkom zijn. Het belijden van de zorg. Het erkennen van een tekort aan geloof. De Heere zal zeker betonen dat Hij dat gebed hoort. Dat HIj weet heeft van een hart wat vraagt: Ik geloof Heere, maar kom mijn ongeloof te hulp.

Geloven en vertrouwen is niet iets wat voor iedereen een vanzelfsprekende zaak is. Er blijft altijd een kleingeloof. Een grootgeloof. Met alle oorzaken van dien. Opvoeding. Het milieu waaruit je komt. Het karakter. Doch mensen met een klein geloof openbaren zich vaak voor de Heere als iemand met een groot vertrouwen. Het hart wat altijd maar bij Hem aan de deur is. Omdat ze het niet zonder Hem kunnen maken in het leven.

De zorg van de Heere gaat over al Zijn kinderen. Over hen met een groot geloof. Over hen die maar niet kunnen geloven en vertrouwen. Over allen die het van Hem verwachten. Die met een ootmoedig hart hun toevlucht bij Hem hebben gezocht en blijven zoeken. De Heere ziet namelijk het hart aan. Het hart wat verbroken is. Het hart wat zo hard was als steen. Maar nu zo vol liefde is voor de Heere en Zijn dienst. Het hart wat niet kan leven zonder Hem. Of het nu met veel of weinig vertrouwen is. Het gaat uit naar de Heere. In en bij alle dingen die het leven aangaan. Geen voetstap durven en willen ze zetten zonder Hem. Ze weten zich veilig in Zijn armen. Veilig met Zijn trouwe zorg.  En uit die armen willen ze zich niet los zondigen.

De zorg van de Heere gaat over alle dingen. Over kleine en grote zaken in het leven. Hij bepaalt alles in het leven. Dat mogen Gods kinderen weten en geloven. In hun leven gaat niets buiten Zijn zorg en daarmee buiten Zijn wil om. Plannen kunnen gemaakt worden. En dat mag ook. Doch wanneer het hart opmerkzaam is gemaakt wordt elke keer gezien hoe dikwijls daar een streep doorheen gaat. Om de eenvoudige reden dat niet wij maar de Heere het stuur van ons levensbootje in handen heeft. Hij brengt waar HIj wil. Hij geeft wat Hij wil. Hij onthoudt wat Hij wil.

Geloven en vertrouwen is iets wat niet vanzelfsprekend is. Er is een kinderlijk geloof en een kinderlijk vertrouwen. En hoe ouder mensen worden, hoe meer ze gaan zien dat ze moeten  leren om nu als een kind te vertrouwen op de Heere. Eenvoudig te leren belijden dat Gods trouwe zorg gaat over alles. In voor- en in tegenspoed.