Onder de wet of onder de genade.

Niets staat voor niets in de Bijbel. Je kan je het soms afvragen waarom je nu dit of dat leest en het je eigenlijk op dat moment niets zegt. Het is goed je dit af te vragen. En het eenvoudig bij de Heere in het gebed neer te leggen.

Het kan bijvoorbeeld soms zo bij je komen waarom al die wetten in Leviticus zijn beschreven. Wat is het dat de Heere ons nu en in deze tijd daarmee heeft te zeggen. Het is de weg van de minste weerstand om ze over te slaan. Ze zeggen ons immers niets volgens ons. Toch is het beter gewoon door te lezen en keer op keer de Heere de vraag te stellen wat Hij ons toch wil leren middels datgene waarmee de maaltijd werd beëindigd. Het lezen van Gods Woord. De Heere is geen ledig Aanhoorder van de gebeden. En wanneer de nood hoog is zal Hij ook in deze licht geven. Wet op wet werd gelezen. Het zijn de regels waar de kinderen Israëls zich aan dienden te houden. Deden ze het niet dan was de dood de straf op hun ongehoorzaamheid. Zo was het in de oude bedeling. Geen ander gevolg dan de dood.

Wanneer we dit in het juiste licht gaan zien, dan komt er oog voor de komst van de Heere Jezus in het vlees. Hij kwam immers om de wetten te vervullen. Niet langer hoefden mensen onder de wet te sterven. Er kwam een mogelijkheid om te leven, ja eeuwig te leven, ondanks de zonde die werd gedaan. Er kwam een weg tot behoud. In het zien op de Heere Jezus. Het geloof in Hem. Hij was Het Die van de straf op de zonde bevrijdde. Hij schonk het eeuwige leven in een weg van genade. En in het geloof in Hem. Hij is de Behouder van het leven. De Middelaar tussen God en de mens.

Wanneer we dit mogen gaan zien, dan lezen we al de wetten van het volk van Israël in een ander verband. We mogen verder zien. We mogen ons verwonderen hoe we bevrijd zijn van de eeuwige dood, omdat we schuldig staan aan alle wetten. Wetten die niemand kon en kan houden. En wanneer we schuldig staan aan één van deze, dan staan we schuldig aan alle. Niet langer eist de wet zoals geschreven in het Oude Testament. Er is een weg geopend in de Heere Jezus Christus in een weg  van genade . Van een genade die elke keer weer wordt geschonken. De Heilige Geest overtuigt van zonde. Van gerechtigheid en van oordeel. Maar het geloof mag zien op de Heere Jezus. Bij Wie genade op Zijn lippen is uitgestort.

Leven onder de wet is omkomen. Wanneer we niet anders zien en niet anders hebben is het straks voor eeuwig leven buiten God. Wie door genade het geloof mag ontvangen in de Heere Jezus zal meer en meer mogen leven vanuit de troost van de beloftes. Hoe we het ook elke keer weer verzondigen. Hoe we ook steeds opnieuw tekort schieten, de Heere blijft Dezelfde. Bij Hem blijft een weg tot behoud. Ja, Hij is Zelf de Weg tot het behoud.

Wat wordt het steeds heerlijker en schoner om te leven vanuit die wetenschap. Hij kwam ook voor mij. Hij leed voor mij. Hij stierf voor mij. Hij opende ook voor mij in een weg van bekering een weg tot eeuwige vreugde. Waarvan reeds nu al mag worden gezongen. Gij zijt mijn God, ik zal U loven.

Hier is het land van de ruste niet. Keer op keer zal er een moment komen van strijd. Van duisternis. Van moeiten en verdriet. Doch door Woord en Geest zullen al Gods kinderen in de weg van gebed, berouw, veroortmoediging bij Hem hun moeiten en zorgen kwijt kunnen. En op Zijn tijd en wijze zal Hij in de meest moeitevolle wegen uitkomst schenken.

Het is geloofstaal. Het is niet altijd in beoefening. Doch na het zure geeft de Heere het zoet. En terugziend mag dan gezongen worden van de trouw van de Heere. Die ook nu weer licht gaf na een donkere nacht. En dat in een weg van genade alleen.