Hoe is je leven?

 
Het is Paasfeest geweest. De Heere Jezus is opgestaan. Hij heeft de dood overwonnen. Maria wilde Hem vasthouden toen Hij aan haar verscheen. De Heere Jezus liet dit niet toe. Het zou na de opstanding anders zijn dan ervoor. Er was een tijd van het zichtbare geweest. Mensen konden Hem zien. Ze konden ervaren wat Hij wilde betekenen voor mensen in allerlei nood en dood. De Heere Jezus sprak nu echter over Zijn heengaan. Nog een kleine tijd, dan zou Hij er niet meer zijn. Hij zou gaan naar Zijn Vader in de hemel. Er zou echter een trooster komen. De Trooster. Deze was niet te zien zoals de Heere Jezus. Maar Deze zou door een geweldige kracht in de harten van diegenen die in de Heere Jezus geloven een totale omkeer bewerkstelligen. Ze zouden van dood levend worden gemaakt. Blinde ogen zouden gaan zien. Verduisterd verstand zou worden verlicht. In dit alles zou, nogmaals, het geloof de hoofdrol gaan spelen. En zalig die niet zien, maar toch geloven.

Het geloof op zich is een gave van God. In een weg van meer of minder twijfel en aanvechtingen zal het bij elk van Gods kinderen worden gelouterd, geoefend. En iedereen zal ander geloof ontvangen. Daarbij speelt het karakter een grote rol. Mensen met een sterke persoonlijkheid zullen een sterker geloof hebben. Maar zij die een wat zwaarmoedige geest bezitten, dreigen meer in ongeloof en twijfel door het leven te gaan.

Toch is het niet de bedoeling bij deze trap of mate van het geloof te blijven zitten. Het kleinste geloof kan toch de grootste vruchten voortbrengen in het Koninkrijk van God. De eerste vrucht is immers de Liefde. Anders, wat men bij zichzelf aanziet voor kleingeloof, of voor helemaal geen geloof, kan voor de Heere van grote waarde zijn. Van belang is dat de genoemde liefde tot God in het hart is uitgestort. En deze liefde geeft voeding aan het besteden van het leven tot eer van God. Maar zoekt ook het behoud in elk opzicht van de ander. Er is bekend dat zij die de aanzet gaven tot iets groots, vaak voor zichzelf niets konden bekijken. En toch was er die bijzondere werking van Gods Geest om vruchtbaar, dienstbaar te zijn.

Hoedanig is uw leven. Het is de vraag waarvan het antwoord weergeeft wat in het hart leeft. Welke vruchten tekenen uw leven. Is er de altijd terugkerende vraag: Heere wat wilt Gij dat ik doen zal. Is er in eigen oog altijd het tekort in gedachten, woorden en werken. Wat weer doet uitdrijven tot de Heere om vergeving. Maar ook vraagt om de hulp en de leiding van Gods Geest. In de wetenschap dat de Heere iedere dag weer opnieuw met u wil beginnen.

Wij blijven zondaars. Ook na genade zal het blijken dat het kwade altijd het goede bedreigt. Maar juist dat houdt zo dicht bij de Heere. Maakt zo klein voor Hem. En het zal in het verdere blijken dat de Heere niemand loslaat die zo bij Hem zijn heil zoekt. Die weet dat alleen de Heere hem kan helpen.

De Heere oefent iedereen op de wijze die Hij goed denkt. Sommigen dragen al snel veel vrucht. Terwijl anderen in de weg van de geleidelijkheid moeten groeien. Er zijn die hun leven lang in het verborgene hun weg gaan. Waar anderen op vooraanstaande plaatsen staan. Het is als bij het beeld van het lichaam waar de Bijbel over spreekt. Al Gods kinderen zijn leden van het lichaam. Maar er is verschil in grootte.