Sion wordt door recht verlost.            

 

God is een Geest. En die Hem aanbidden doen dat in Geest en waarheid. Geloof in God is een gave van God. En die gelooft komt er altijd weer achter hoe wankel en onvolkomen het is. Ik geloof Heere, maar kom mijn ongelovigheid te hulp. Het geloof in God is een geloof in God de Almachtige, de Alomtegenwoordige, de Eeuwige, de Liefdevolle,. De Barmhartige. Maar ook de Rechtvaardige. In de nooit begonnen eeuwigheid heeft Hij Zijn plan met deze wereld gemaakt. Het was een plan om Zijn lof te vertellen.

De eerste mensen hebben zich niet gehouden aan Zijn opdracht. Ze mochten van alle bomen eten. Behalve van de boom des kennis en des goeds en des kwaads. Ze deden het toch. En door hun ongehoorzaamheid raakten ze het beeld van God kwijt. Ze waren gevallen in de zonde. Ze hadden de dood verdiend. De eeuwige dood.

Maar Gods plan was een verlossingsplan. Sion zou door recht worden verlost. En haar wederkerenden door gerechtigheid. In de tijd zou de Verlosser komen. De Zoon van God. Hij zou als Mens komen. En als Mens zou Hij de schuld van een volk betalen wat het Volk van God wordt genoemd. Het zijn Gods kinderen. En voor hen gelden alle beloftes die in de Bijbel, de Reisgids voor het leven, staan.

Ik ben met u. Ook help Ik u. Ik zal u niet vergeten. Ik zal u niet verlaten. Hoopt op de Heere, gij vrome. Is Mijn volk in nood: er zal verlossing komen. Mijn goedheid is zeer groot.

Gods kinderen mogen de beloftes vasthouden. Ze mogen met die beloftes tot God gaan. En al is de weg moeilijk, het zijn alleen de oefeningen in het geloof. Om op God volkomen te leren vertrouwen. Het uiteindelijk van geen mens te verwachten. Hoe donker ooit de weg moge wezen, Hij ziet in gunst op die Hem vrezen. Al Gods kinderen zijn afhankelijk. Zelfs het geloof in God, Die hen nog nooit heeft beschaamd, hebben ze van zichzelf niet. Altijd weer hebben ze de hulp en leiding van de Heilige Geest nodig. De Heilige Geest gaat uit van de Vader en de Zoon. Hij is het die Gods kinderen zalig maakt. Heiligt.

God kan alles. Maar Hij kan niet liegen. Hij is ook onveranderlijk. Hij is de Rots der eeuwen. Bouwen op Hem is een zaak van het geloof. Het is een weg van onvoorwaardelijk je overgeven aan Hem. Want Hij zorgt voor u. Het leven voor Gods kinderen is hier geen hemel op aarde. Het is een weg van strijden. Strijden om eenmaal binnen te gaan. En wanneer het geloof niet in beoefening is, dan zouden ze nog, ziende op zichzelf, in wanhoop terecht kunnen komen. Gods kinderen zijn en blijven in zichzelf niets. Ze zijn niet beter dan anderen.

Gods weg is altijd de beste. Alleen is dat niet altijd te geloven en te bekijken in de omstandigheden die zo moeilijk zijn. Maar achteraf mogen Gods kinderen zien en ervaren dat juist de omstandigheden hen steeds weer bij de Heere brachten. En daar klonk het dan: maar U hebt het toch beloofd Heere. Al Gods kinderen weten dat ze op hun weg Gods Woord nodig hebben. Daarin staat alles wat ze moeten weten. Gods kinderen hebben vaak de meest zware wegen. Spotters vragen dan: waar is nu je God? En is dat nu een God van liefde? De vrouw van Job riep: Vloek God en sterf. Job kreeg de genade om te blijven hopen en vertrouwen. En na een hele zware weg werd hij dubbel gezegend. Ook Jozef is een mooi voorbeeld van het werk van God. Eerst die zware weg. De weg van de ellende. Maar daarna werd hij zelfs onderkoning van het land Egypte.

God heeft Zijn plan met deze wereld. God heeft Zijn plan met mensen. Hij wil mensen, die van zichzelf niet anders kunnen dan zondigen, weer tot Hem brengen. Ze laten leven tot Zijn eer.