De godsdienst

Het is heel opmerkelijk dat er een godsdienst is die mensen beoordeelt. Overal kom je ze tegen. Die menen als een soort geestelijke rechtbank op te moeten treden. Van die geloven ze het niet. Die denkt wat te bezitten maar zal straks zeker bedrogen uitkomen. Die is wel aardig op weg, maar het is te kort. Die praat wel, maar de praktijk is er niet naar. Deze loopt altijd in het donker. En die is veel te licht. En zo kan ik nog tijden doorgaan. Zou dat nu de bedoeling van de Heere zijn? Is het nu van belang voor ons te weten wat er met die ander gaat gebeuren? Waren het niet de woorden van Hem toen Hij sprak: Als Ik wil dat Hij blijft tot Ik kom, wat gaat het u aan. Is het niet de opdracht om zelf te strijden om in te gaan. Te blijven strijden tot het einde toe? In plaats van anderen onder de loep te nemen? Hebben we aan onszelf niet een heel leven de handen vol? Wat is de waarde om anderen onderuit te halen in hun geloofsleven. Wat is de zin mensen de les te lezen? Of belachelijk te maken.

Samen zijn we op weg naar onze bestemming. Een eeuwige toekomst met of zonder de Heere. Natuurlijk mogen en moeten we anderen aansporen tot het doen van de goede keuze in ons leven. Doch waar de liefde tot God in het hart is uitgestort, daar is vanuit de bewogenheid met anderen een opstelling die zich verraadt. Wanneer er werkelijk een leven met de Heere is, er is niet de minste intentie anderen onderuit te halen. Rake klappen uit te delen. De spot te drijven met hen die blijvend bedrukt over de aarde gaan. Er is vanuit de liefde het leven vanuit de wetenschap dat elk van Gods kinderen hier maar een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid ontvangt. Zeker zal de één tot het dragen van meer vruchten leven. Maar nooit zal er een geestelijke hoogmoed geduld worden in het Koninkrijk van God. De Heere leert Zijn kinderen te bukken en te buigen. Niet alleen voor Hem, maar ook voor elkaar.

In het Koninkrijk van God is het elkaar dienen. Dat is geheel anders dan datgene wat we in de Godsdienst zo vaak zien. En mochten ze iemand tegen komen die ze iets zouden kunnen aanreiken, dan weten ze dat ook datgene nog is geleend. Nooit zal vanuit de hoogmoed onderwijs worden gegeven. Wat een les voor veel predikanten. Die, als Elia, zo vaak menen nog alleen over te zijn gebleven. Wat een troostwoord gaf de Heere deze vuurprofeet. Nog zevenduizend die niet de knie voor het beeld van Baäl bogen.

Gods kinderen worden door Woord en Geest onderwezen. En steeds weer zijn ze zeer verwonderd over de wonderlijke leiding in het leven. Wanneer ze juist op de goede tijd weer daar worden gebracht waar mensen, als Thomas, in twijfel zijn. Waar mensen het op dat moment niet kunnen bekijken.

De Heere is echter waarlijk opgestaan. Hij brengt het nieuwe leven aan. Hij geeft het aan mensen die met lege handen tot Hem komen. Om van en door Hem geholpen te worden. Ze leren opmerken. Ze leren volgen. Daarbij leren ze dat het niet nodig is een meter vooruit te kijken. Volgen is volgen. De Heere voorop. Hij wijst de welgebaande wegen. En is daar iemand die door zijn aard of karakter denkt het nooit te leren, anders, die het niet eens zoekt te leren, de Heere weet wegen waarop het toch geoefend wordt.

Het verschil tussen de godsdienst en het volk wat de Heere vreest is de liefde. De hardheid is kenmerkend voor de eerste groep die zo graag met het zwaard slaat.