Helder en duidelijk.

Er zijn maar twee wegen. De smalle en de brede weg. Er zijn maar twee soorten mensen. We zijn in of buiten Christus. We kunnen ook niet God dienen en de Mammon. Het is van tweeën één. Het komt in het leven aan op de keuze die ook Ruth eenmaal in het leven mocht maken. Let wel: Er is dus geen derde weg.

Vooropgesteld heeft God in de eeuwigheid Raad gehouden. Daar is een volk geformeerd wat in de tijd leert om Gods lof te verkondigen. Zalig worden is dus altijd een eenzijdig Godswerk. Gevallen Adamskinderen worden aangeraakt met een kooltje van het goddelijk vuur. Daar wordt de liefde in het hart gelegd. En wat de Heere eenmaal begint maakt Hij ook af. Door Woord en Geest worden ze levend gemaakt. In een punt van de tijd worden ze overgezet van de duisternis in het wonderlijk licht. Het is het uur van de wedergeboorte. Daar wordt een zuigeling in de genade begerig naar de melk. En in een weg van de bekering wordt de volle Raad van God in het leven uitgewerkt. Dit gaat altijd in een levenslange combinatie van Woord en Geest. En het is vandaag nooit zo het gisteren is geweest. Dit is de groei in de genade.

Door het geloof in de Heere Jezus wordt een mens zalig. Maar een geloof zonder de werken is niets zegt Jakobus. Van stonde aan preekte Paulus de Christus. En elk van Gods kinderen die door de Heilige Geest levend gemaakt wordt zal vruchten voortbrengen tot geloof en tot bekering waardig.  Dat is ook het liefste werk wat ze doen. Leven tot eer van God. Om anderen aan te sporen en op te wekken tot het dienen en het vrezen van die God Die ze zo hartelijk liefhebben.

De catechismus telt 52 zondagen. En ieder weet dat het stuk van de ellende niet lang is. De verlossing wordt verhandeld in meerdere keren. Waarna veel aandacht wordt besteed aan het leven vanuit de dankbaarheid.  Iedere predikant zou in zijn preek hier aan moeten denken. Het is zo gewoon om maar zondag aan zondag de nadruk te leggen op de verdorvenheid van het bestaan van mensen van nature. Alsof men preekt voor een gemeente die dit nog nooit heeft gehoord. Alsof men aan het evangeliseren is onder de heidenen.

We mogen in onze gemeentes toch aannemen dat het overgrote deel sinds de prilste dagen onderwijs heeft ontvangen over de dogmatiek. Een ieder weet toch van de keuze die noodzakelijk in het leven moet worden gevonden. Een dominee schiet te kort wanneer hij niet verder komt dan hierboven bedoeld. Of wanneer hij zondag aan zondag een preek houdt waarin de toorn van God centraal staat.

Uiteindelijk moet het begin van de preek, het bespreken van onze verdorven staat buiten Christus, slechts een samenvatting zijn. Waarna de nadruk moet vallen op de geopende toegang tot het hart van de Vader door het voldoen aan de eis van het heilige recht van Hem. En dit door de Offerande van de Heere Jezus Christus. Waar Hij in de tijd Zijn bloed heeft gestort voor allen die Hem door een oprecht geloof in Hem van de Vader geschonken zullen worden.

Direct hierop volgend zal er dan onderwijs moeten zijn om de zuigelingen met meer vastere spijze te  voeden. Zodat zij opgroeien als jongelingen. Om dan uiteindelijk als vaders en moeders in Israël zelf de onderwijzers van het Woord door de Geest te mogen zijn. Die hier bedrukt en met tranen zaaien zullen dan eenmaal met gejuich maaien. De leer naar de godzaligheid is eenvoudig. Doden zullen horen de stem van de levende God. En die ze gehoord hebben zullen leven. En vruchtbaar zijn. En er zal tot het laatst van de dagen een overblijfsel zijn wat door het goddelijk licht geleid de wegen des Heeren helder en duidelijk kan verwoorden vanuit de bevinding.

Het komt alles aan op het onderwijs wat wordt gegeven. De Heere staat in voor Zijn eigen werk. Hij zal altijd wegen vinden om op de leerschool van vrije genade onderwezen te worden in de zaken die zo noodzakelijk zijn. Al is maar een klein vonkje overgebleven van het werk van een drie-enig God, er kan een vuur ontbranden wat niemand voor mogelijk had gehouden. Mensen met genade weten zich geleid door de Heilige Geest. En in deze zullen ze zeker vrucht dragen. Zo is altijd een opwekking gekomen. En zo zal het ook nu, als de Heere het wil geven, zijn.

Het is zo erg dat mensen menen dat zij de oorzaak van een wonder zouden moeten zijn. Het niet te kunnen accepteren dat de Heere geen God is Die het moet. Maar een God Die het doet. Zo kunnen mensen met genade door eigenliefde het werk van de Heere in de weg staan. Doch in Zijn Almacht en Trouw en Genade zal niets en niemand tegenstaan hetgeen Hij eenmaal heeft besloten.

Vertroost dan ELKAAR met deze woorden.