Hemels onderwijs

Wanneer we Gods Geest in ons leven mogen weten, er is voortdurend onderwijs op de leerschool van de vrije genade. De Heilige Geest leidt ons gehele leven. Er gaat geen moment voorbij wat niet is bestuurd door God Zelf. Met het kleinste wat in het leven gebeurt heeft de Heere Zijn bijzondere bedoeling. Hij zegt in Zijn Woord dat we de dagen moeten uitkopen. Dagen die boos zijn. Waarin de strijd tegen het levende kind voortgaat. De boze zal niet rusten eer hij alles wat van de Heere is stuk heeft gemaakt. Hij kan het zover krijgen dat hij denkt de overwinning behaald te hebben. Toch zal de vlam van de liefde van God nooit uitdoven. Al zal het een heel klein vonkje lijken. Hemels onderwijs zal zorgen dat het geloof weer bij vernieuwing wordt beoefend.

De Heere wil Zijn onderwijs geven. Hij wil het ook dagelijks geven. Daar moet echter wel plaats voor zijn. Er kunnen zoveel ophouders op de weg zijn. De omstandigheden die zwaar zijn. Een karakter wat niet wil buigen. Eigen inzichten. Kortom, de Heere komt pas met nieuw onderwijs wanneer een mens opnieuw helemaal aan het eind is gebracht. Wanneer hij zijn knieën weer leert buigen. Wanneer hij roept en smeekt om licht van Boven. Vaak is het zo dat de Heere dan al onderweg is. Dat Hij eer ze riepen al antwoordde. Het werd alleen niet gezien. Ze stonden er met zichzelf tussen.

De Heere spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft. Hij spreekt geen woorden die mensen in de hoogte brengen. Hij spreekt ook niet tegen mensen die hoog met zichzelf staan. De Heere breekt daarentegen alles af wat mensen van zichzelf als goed ervaren. Hij doet hen voortdurend inleven dat ze gezondigd hebben. Dat ze tekort zijn geschoten. Dat ze het, kort gezegd, allemaal weer helemaal verkeerd hebben gedaan. Beschaamd buigen ze het hoofd. Ze leren stamelen: wee mij, dat ik zo gezondigd heb. Eerst dan is het de tijd voor verder onderwijs. De Heere leert in dit leven het alleen van Hem te verwachten..

Het hemels onderwijs gaat altijd in een afsnijdende weg. Wanneer we denken nog iets goeds bij onszelf te kunnen vinden, er is geen plaats voor het werk van de Heere. Zodra we echter die lage plaats in weten te nemen, de Heere zal in Zijn genade opnieuw de weg voorgaan. Om dan opnieuw gewillig achter Hem aan te gaan. Het zal nooit een weg zijn van schelden op anderen. Het zal ook zeker geen weg zijn die naar de hoogtes leidt. Altijd leert de Heere in de weg van de vernedering. Van de ootmoed. Van de schuld. Van het berouw.

Zoals de Heere Zijn werk heeft met gevoelsmensen, zo heeft Hij dat ook met de verstandstypes. De grootste ophouder is echter de hoogmoed van een mens. Eerst wanneer deze wordt gebroken, geknakt, er is plaats voor al die kenmerken die nodig zijn bij het hemels onderwijs. Zolang een mens nog door de hoogmoed met zijn vermeende onschuld en goede werken blijft staan, er zal geen plaats zijn voor de Heere. Er moet een heel mens tussenuit wil de Heere op de troon komen waar mensen zelf zo graag plaats nemen. De Heere op de hoogste plaats brengt een mens in de schuld en daardoor in de vernedering. Dan is in de hemel meer vreugde om die ene zondaar die zich, misschien opnieuw, bekeert. Meer dan om die negenennegentig rechtvaardigen die het helemaal niet nodig hebben.