De Hemelvaart

De Heere Jezus is naar de hemel gegaan. Daar bidt Hij voor al degenen die door de Vader aan Hem zijn gegeven. De Heere Jezus moest naar de hemel gaan. Anders zou er geen plaats zijn voor de Trooster. De Heere Jezus kreeg in de hemel een kroon op Zijn werk. Zo zijn er voortaan voor al Gods kinderen gaven. Ieder wordt op een plaats dienstbaar gesteld in Gods Koninkrijk. Met de van God geschonken gaven. Voor de één zal het een eenvoudige taak zijn. Voor de ander geldt een zeer bijzondere opdracht. Vanuit de hemel worden de gaven aan de mensen gegeven. Om hiermee de Heere te dienen in een liefdedienst. Zeker zal er voor Gods kinderen in deze een zuchten en vragen zijn naar de weg die Hij wil dat zij zullen gaan. Maar helder en duidelijk zal op Gods tijd die worden gewezen. De vele vragen zullen blijven. Want vaak zien ze zelf niet waarom toch die weg moet worden afgelegd. Het Woord spreekt voor Zich: Na dezen zult ge het verstaan.

Het is niet zo dat het leven alleen een tobben moet zijn of nu wel of niet onze zonden zijn vergeven. Het gaat veel verder nadat de liefde tot God en de naaste in het hart is uitgestort.  Er zijn in dit leven veel machten. Veel krachten. Veel geesten. Veel godsdienst. Er is echter maar één Heere Jezus Christus. En er is maar één Heilige Geest. Door Woord en Geest wordt de weg gewezen. Een leven lang. Vaak worden vragen gezet bij het leven van een ander. Ik denk dat we genoeg hebben onze eigen weg in het leven te gaan. Wanneer we weten van de vragen die we zelf hebben, van de wonderlijke wegen die we zelf moeten gaan, dan houden we echt op het gaan en staan van hen die naast ons gaan te oordelen.

Nogmaals, ieder van Gods kinderen ontvangt één of meerdere gaven. Die kunnen eerst sluimeren. Maar in het verdere zal er zeker ook in deze groei komen. Er zal een verdubbelen worden verwacht van de talenten die zijn geschonken. De Heere spreekt zo scherp in Zijn Woord dat Hij degene die zijn talent begraaft in de buitenste duisternis zal werpen.

Er is een zoeken naar God. Een zoeken naar de Heere Jezus. Een zoeken naar de weg die Hij wijst. Maar dit zal echt een heel leven duren. Want op Gods leerschool zal niemand uitgeleerd raken. Het gaat altijd in een weg van ontdekking. Van afsnijden van de dingen van een mens. Van groeien in dat wat is naar Gods wil en wet. Een groeien in genade van de Heere Jezus. Een lijken op Hem in ons gaan en staan. Wij jagen naar die prijs. Maar zullen erachter komen hoe onvolkomen het altijd weer zal blijken te zijn.

Toch zullen we in de kracht van de Heilige Geest onze weg vervolgen. Meer en meer geoefend zullen we voor tienduizenden die tegen ons schijnen niet vrezen. De Heere belooft geen kalme reis. Maar wel geeft Hij de belofte om ons in deze weg van geven van onze gaven nooit te zullen begeven of verlaten. Onze val zal Hij niet gedogen. In een weg van vernedering, verachten, bespotting, zal ook voor Gods kinderen eenmaal de verhoging liggen. Dan zullen ook zij eenmaal de eerkroon door Hem dragen. Ze zullen die afzetten en neerleggen aan de voeten van de Heere Jezus. Want Hij heeft hen gekocht met Zijn bloed. Zo zal er voor de kleinste en de grootste in de genade een weg in dit leven blijven van volgen en opzien naar Hem. Want waar Hij Zijn voetstap zet, daar druipt het al van vet.