Die Hem aanroept in de nood.

Van nature proberen mensen  zelf hun problemen op te lossen. Wanneer het niet meer kan leren ze roepen tot de Heere. Dit is iets wat ze van zichzelf nooit zullen doen. Door Gods Geest wordt dit wonder van genade gewerkt. Helemaal uitgewerkt vallen ze uiteindelijk voor de Heere neer. En klagen Hem hun nood. Het behoeft geen omhaal van woorden te zijn. Integendeel, dan is de nood nog niet op het hoogst. Een enkele zucht uit de diepte is voldoende voor de Heere. Hij kent het hart van Zijn kinderen op het allervolmaakst. Hij weet wanneer ze in waarheid tot Hem komen. Wanneer ze zuchten om geholpen te worden door Hem. Omdat ze het niet meer weten hoe het anders moet. Al Gods kinderen leren het uitroepen: Wanneer mij geen hulp of uitkomst bleek. Wanneer mijn geest in mij bezweek. Ja, overstelpt was door ellende. Toen hebt Gij mijn pad gekend. De Heere laat geen van Zijn kinderen langer in de ellende zitten dan nodig is. Hij werkt aan op het moment dat ze het alleen van Hem verwachten. Maar als de nood het hoogst is, dan is ook de redding nabij.

Nee, de Heere helpt niet op de wijze waarop mensen dat verwachten. Dan zouden mensen het niet zien en weten dat Hij het is Die de uitkomst gaf. Heel lang kan het lijken dat de weg die gewezen wordt onmogelijk is. Uitzichtloos. Vragen rijzen op: Is dit nu de weg? Johannes liet vragen: Zijt Gij het? Of verwachten we een ander. Dit geeft echter een heel afhankelijk leven tot gevolg. Gods kinderen weten echter wanneer het nood was. Ze weten ook wanneer Hij sprak. Ja, ook wat Hij sprak. Daar grijpen ze Hem op aan. Hoe moeilijk de weg lijkt. Hoe zwaar het ook is. Ze blijven bij Hem aan de deur.

Er komt een tijd waarop veel strijd het deel is van hen die Hem verwachtten. Een tijd waarin het lijkt alsof ze alsnog ten onder zullen gaan. Meermalen liggen ze moe en moedeloos terneer. Hoe moet het in deze weg toch goed komen. Vol verdriet en twijfel grijpen ze nog weer deze en gene aan. De binnenpraters zijn vaak op de been. Pas veel later wordt gezien dat het juist de mensen die meeleven zijn die later zullen erkennen dat de Heere God is. Dat Hij heeft waargemaakt wat Hij beloofde. Dan, wanneer ze het zelf nog niet bekijken kunnen.

De Heere brengt mensen nooit voor niets in de nood van het leven. Voor hen geldt altijd dat alle dingen zullen meewerken ten goede die naar Zijn voornemen geroepen zijn. De nood van het leven loutert al Gods kinderen. Al is iedereen uit op de ondergang van hen, het zal in der eeuwigheid niet gelukken. Integendeel zullen ze rijker, sterker uit de strijd komen dan toen ze erin gingen. Zeer zeker zullen ze dat pas verstaan wanneer de stormen zijn gaan liggen. Dan komt voor hen een tijd van verwonderen. Van stil zijn. Van ootmoed. Van genieten. Dat de Heere toch in deze weg Zijn wonderen een gedachtenis wilde maken. Dan is men ook blij en verheugd op te merken dat juist nu de tijd van de lijdensweken is aangebroken. Ze hebben er immers iets van verstaan Hem te volgen in de stappen van de vernedering. Maar welk een rijkdom werd Hem voorgesteld in deze. Zo ook te mogen ervaren in eigen leven dat na het zure het zoet weer mocht worden geproefd en gesmaakt. Dat er altijd na een tijd van zuchten en zorgen weer een oase zal aanbreken voor wie op Hem vertrouwen en hebben leren bouwen. Een vijand te zijn van het kruis van Christus is begrijpbaar. Niemand zoekt immers de vernedering. Maar wanneer wordt gezien wat het nut van  het lijden inhoudt………………ze tekenen allen weer bij.