Hoogmoedig

Hoogmoed zit van nature in elk mens. Wie het ontkent heeft zichzelf niet leren kennen. Hoogmoed was de oorzaak van onze diepe val in Adam in het Paradijs. Het als God willen zijn zit in ieder mens. We laten ons niet gezeggen. We willen voor een ander niet onder doen. In deze wagen we ons aan uitspraken als zijnde de enige, de beste, de hoogste, de liefste. Dit alles getuigt van hoogmoed. Overgebleven en meegegaan uit het Paradijs. Het ergste is dat we er blind voor zijn. Ja, zonder ontdekkend licht, er blind voor blijven. Alleen een wonder van Gods genade ontdekt ons aan onze hoogmoed. De één leert zijn hoogmoed hier zien. De ander daar. Maar niemand van Gods kinderen ontkomt aan de wetenschap van huis uit hoogmoedig te zijn.

Hoogmoed staat tegenover de zelfverloochening. Hij moet wassen en ik minder worden. De ander uitnemender te achten dan jezelf. Ja, de Ander uitnemender te achten. Het is een les die nodig is voor allen die genade hebben ontvangen. Die denken meer te zijn dan die ander. Zij die denken het beter te begrijpen. Beter te doen. Beter te zijn. In de weg van zelfverloochening komt een andere gang in het leven. Het bukkende en buigende leven moet geoefend worden. Het is er van nature niet. De Heere weet middelen en wegen te vinden om dit te leren. Soms is een enkel woord in een preek voldoende een mens opnieuw stil te zetten. Het worden opnieuw de vleeskruisigende wegen. Waarin alles, ja alles van een mens eraan gaat. Schaamte en berouw worden gezien. Schuld belijden wordt gehoord. Vrede wordt gezocht. Ja, in het verdere wordt ervaren hoeveel vruchten van het vlees na ontvangen genade worden behouden. Alles voortkomend uit de hoogmoed. Wat met de eer van God niets heeft te maken.

Elke les van de Heere heeft tijd nodig om geoefend te worden. Er ligt altijd een stuk theorie ten grondslag aan een andere weg die de Heere wijst. Een tijd van overdenking. Een tijd van vastlopen. Een tijd van opmerken. Van luisteren. Het is herkenbaar dat er ook een tijd is van opstand. Prikkelbaar zijn. Niet meer wetend hoe het verder moet. Dan is lijdzaamheid nodig. Om te wachten op het moment tot de Heere spreekt. Helder en duidelijk. Tot Hij in de weg van het wonder onverwacht en ongedacht opening van zaken geeft. Hij maakt een weg in de wildernis. Hij opent nieuwe deuren.

De Heere gooit geen genade weg. Er moet echter wel plaats worden gemaakt voordat Hij het kwijt kan. In een weltoebereide aarde strooit Hij het zaad. En dan zal het doen wat Hem behaagt. Het brengt vruchten voort. Bij de één tienvoudig. Bij een ander worden meer vruchten gezien. Maar altijd is te zien aan datgene wat het uitwerkt dat de Heere op bezoek is geweest. Dat Hij onderwijs heeft gegeven voor het eerst of opnieuw.

Op de leerschool van vrije genade is onderwijs. Ja, op de leerschool van vrije genade blijft onderwijs. Hoogmoed staat het openstaan voor onderwijs in de weg. Tot de Heere ontdekt aan dit grote kwaad. Dan breekt een mens. Het masker valt af. Er is geen behoefte meer te overwinnen. Zelf de overwinning te zoeken. Het is beter te vallen in de handen van de levende God. Want Hij zal het Zelf voor zo’n in zichzelf hoogmoedig en hopeloos mens doen.