HOOP                                                                

 

Geloven in voorspoed is niet moeilijk. Geloven in de nood van je leven moet je gegeven worden. Zingen wanneer het je allemaal voor de wind gaat is eenvoudig. Zingen in de nacht moet je leren. De moeilijkste omstandigheden zijn vaak de tijden waarin het geloof op de proef wordt gesteld. Wanneer je de harp aan de wilgen zou willen hangen. De moed op zou geven. Zien op de omstandigheden. Niet meer weten hoe het toch allemaal verder moet. Elia legde zich moe en moedeloos neer. Het was wel goed geweest vond hij.

En toch leert ons het Woord dat het zo niet mag. We hebben het leven van de Heere gekregen en zullen onze tijd uit moeten dienen. Hier de weg blijven gaan die ons wordt gewezen. Zeker mogen we rust in ons leven nemen. En dan zeker op die tijden wanneer het ons allemaal te veel lijkt te worden. Er staat in het Woord: Rust een weinig. Ook werd Elia geraden wat te eten en te drinken. Er zou in zijn leven nog veel meer komen. En daar moest hij zich voor toerusten. Het is onderwijs dat ieder van Gods kinderen nodig heeft in tijden wanneer het water tot aan de lippen dreigt te komen. Rusten en wachten tot het weer beter gaat. En wie niet goed voor zichzelf kan zorgen, kan het ook niet voor een ander.

Sinds de val van Adam en Eva in het Paradijs is de zonde in de wereld gekomen. Hierdoor is het overal een tranendal. In de donkerheid van dit leven is alleen het geloof in het LICHT van de gekomen Zaligmaker wat nog vreugde geeft. Alleen door Hem is er een weg gekomen om welgetroost te leven en straks zalig te sterven. Hij is gekomen in de wereld. In ons zondige vlees. Daar is Hij de weg voorgegaan. Smaad heeft Hij gedragen. De dood overwonnen. De straf op de zonde van Zijn volk is in het graf gelaten. En uiteindelijk is Hij opgevaren naar de hemel. En daar bidt Hij dat het geloof van Gods kinderen niet op zal houden. Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoude.

Hier begrijpt een mens die in het geloof niet is niks van. Hoe kan het toch dat er een volk is dat leert zingen in de nacht van dit leven. Wanneer alles naar de ondergang dreigt te gaan. Wat is het toch dat deze mensen bezielt. Doch alleen een krachtig werk van Gods Geest kan wonderen verrichten. Zelfs in het leven van hem die in geen God wenst te geloven. Doch Ik wil, en zij zullen. Het is slechts een aanraking door Gods Geest wat doet smeken om ook in dat geloof te mogen zijn. Saulus was een vervolger van allen die in de Heere Jezus geloofden. Doch toen hij het licht zag op zijn weg naar Damaskus viel hij blind op de aarde. Onderwezen door Ananias vielen hem de schellen van de ogen. En terstond preekte ook hij de Christus. Hij werd zelfs een ware evangelist. Een zendeling. Een prediker. En tot op de dag van vandaag mogen allen onderwijs ontvangen uit zijn hand.

Het leven is moeilijk. Er is zoveel verdriet. Soms lijkt het wel alsof er geen mooie en fijne dingen meer zijn. Maar iedere dag nog gaat de zon op. En in dat licht zien wij het LICHT. Het is nog de tijd van de genade. Iedereen kan nog komen op die weg van vrede en blijdschap. Al is de weg nog zo donker, al is het leven nog zo zwaar. Gods kinderen leren hun kruis vrolijk te dragen. Ze mogen al hun zorgen en noden bij hun Vader in de hemel brengen. Geduldig leren ze wachten tot Hij hen genadig wil zijn. Hij heeft beloofd dat na het kruis de kroon van de overwinning komt. Dat na het zure er toch het zoet wacht. Dat hoe donker de weg ook mag wezen, Hij in gunst ziet op die Hem vrezen. En in die wetenschap leren ze iedere dag naast al het verdriet door de zonde toch de zegeningen te tellen die er nog uit genade zijn.

Hoopt dan op de Heere gij vrome. Is Israël in nood. Er zal verlossing komen. Zijn goedheid is zeer groot. Zo ik niet had geloofd dat in dit leven. Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou.. Mijn God, waar was mijn hoop mijn moed gebleven. Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.