Hoor, want de Heere spreekt.

De Heere spreekt. En Gods kinderen leren Zijn stem te verstaan. Hij spreekt in het dagelijks leven. In alles wat tot hen komt. Het is door Zijn Woord en door Zijn Geest dat de Heere mensen Zijn stem en zo Zijn wil en Zijn weg doet verstaan. De één leert het sneller dan de ander. Maar op wie de Heere Zijn oog heeft geslagen zal het leren. Immers is het geen zaak eigen gekozen wegen te gaan. Maar te doen al wat Hem behaagt.

Om de stem van de Heere te verstaan is het noodzakelijk stil te zijn voor God. Zolang een mens naar anderen luistert gaat hetgeen de Heere spreekt aan hem of haar voorbij. Of datgene wat hij van de Heere meent te verstaan wordt in twijfel gebracht door allerlei raadgevers. Hoe goed het ook was bedoeld. Wanneer niet wordt geluisterd naar datgene wat de Heere spreekt, het is de beleving dat een donkerheid Gods kinderen overvalt. De Heere is in deze onverbiddelijk. De duisternis zal zolang duren tot de stem van de Heere wel wordt verstaan. Begrepen en gehoorzaamd. Hoe moeilijk ook. En hoe zwaar de beslissing zal moeten zijn om gehoor te geven aan dat wat door de Heere wordt gezegd.

De Heere spreekt tot elk die voor Hem leeft. Hoe jong, hoe oud, hoe klein in genade of hoe rijk bedeeld, de Heere spreekt. En elk van de Zijnen zal leren om Zijn stem te verstaan. Vroeg of laat. Stil zijn voor de Heere is iets waaraan zo snel wordt voorbijgegaan. Mensen weten het van nature zelf allemaal wel. En een eenmaal ingeslagen weg wordt niet snel opgegeven. Met vallen en opstaan tracht men gaten te dichten. Weet men door te gaan zolang men kan. En men denkt dat niets of niemand hen kan weerhouden. Tegen kan houden. Ja, tegen hoeft te houden. Men weet hoe het moet. En geeft daarbij anderen nog het onderwijs wat men denkt te moeten geven. Daarbij vraagt men ter bevestiging graag mensen advies. Maar hetgeen de Heere spreekt, of wat Hij wil, daarvoor is men doof.  

De Heere is echter niet gebonden aan het doen en laten van mensen. Hij houdt niet stil in de wegen die Hij gaat. Linksom of rechts weet Hij mensen stil te zetten op hun weg. Doet Hij hen vastlopen op de één of andere manier. Zodat ze voor de Heere uiteindelijk stil worden. En Hem vragen wat Zijn wil en Zijn weg met hen is. Dan is het een wachten op Zijn inspraak. Zodra mensen stil zijn en niet meer naar anderen luisteren is er de mogelijkheid de stem van de Heere te verstaan. Helder en duidelijk. Dan is te begrijpen wat Hij wil en vraagt. Dan wordt Zijn weg gewezen voor dit moment. En kan men volgen zonder ook maar verder te vragen.

Het luisteren naar de stem van de Heere is een zaak van het geloof. Duidelijk te weten en dan ook te geloven dat dit de weg is die de Heere wijst. Er is op dat moment geen discussie meer mogelijk. De Heere heeft de weg gewezen. Waar die heen zal gaan is voor de mens onzeker. Maar dat de Heere meegaat is daarentegen zo zeker, dat er nooit meer aan wordt getwijfeld. Zo nodig geeft de Heere nog een bevestiging. En dan staat een kind van God vast. Niet zelden alleen. Maar met de Heere zijn meer voor dan tegen.

De Heere spreekt. De ene keer is het een bemoediging. De andere keer komt Hij met een woord van troost. De Heere spreekt bestraffend. Onderwijzend. En niet zelden wordt een weg gewezen die tegen het vlees en tegen bloed ingaat. Maar wat mensen niet hadden gedacht, niet hebben gewild, het moet gebeuren. Niet anders dan in het geloof dat het de Heere is Die de weg wijst wordt gegaan. Wetend dat in gehoorzaamheid aan de Heere Hij nooit los zal laten. Nooit alleen zal laten. De woorden in de mond zal geven. De zaken in het hart. Hoe moeilijk het ook scheen. Hoe donker het ook was. Hij geeft in een weg van gelovig gaan licht, moed en krachten.

De Heere zet alleen. Hij doet het niet voor niets. Maar alleen om Hem te leren verstaan in Zijn wil en in Zijn weg. De Heere doet nooit iets zomaar. De Heere heeft met alles wat Hij wil en met elke weg Hij ook wijst een doel. Dat is niet iets wat altijd direct wordt gezien en verstaan. Begrepen.

Maar later, na dezen, dan zal alles duidelijk zijn.