De strijd tussen kerkmensen onder elkaar.

 
Er is een strijd tussen kerkmensen onderling. Hoe kan dat toch waar zijn. Mensen die doen voorkomen alsof ze een levende verhouding hebben met hun God. Die, zoals ze zeggen, weten van schuld en vergeving. In het dagelijkse leven vereten en verbijten ze elkaar. Kortom, ze geloven het van elkaar niet. Waar we weten dat genade gunnend is, men kan het van elkaar niet overnemen. Men schroomt niet over elkaar met elkaar te spreken. En dan vooral geen goed woord. Men kijkt daarbij naar veel uiterlijke dingen. Kleding en haardracht zijn twee bekende maatstaven waaraan men de geestelijke staat van mensen ijkt. Men gelooft, zonder dat men zich daarvan bewust is, alleen van zichzelf dat het nog wel mee zal vallen op reis naar de eeuwigheid. En al die anderen? Die gaan , eenvoudig gezegd, met een ingebeelde hemel naar de hel. Wat een hardheid wordt gezien. En dat vanuit de liefde?

Vaak komen deze boze gedachten nog niet eens van mensen zelf. Men praat het elkaar aan. Dit alles heeft met de liefde niets te maken. De liefde, die na ontvangen genade zichzelf niet zoekt maar die ander. En dat in een weg van bewogenheid. Kenmerken van de strijd die in de godsdienst woedt is de liefdeloosheid. En wat die ander vanuit de liefde van het hart bewerkstelligt, het wordt als niet welkom betiteld. Men zoekt in een zakelijke en harde weg die ander op allerlei wijze te kwetsen en te raken. Men is niet anders, dan uit op de ondergang van die ander. Praktijk is dat deze getekende hardheid zo lang wordt volgehouden tot de Heere door Zijn Geest eraan te pas komt. Tot Hij doet inzien dat een weg wordt bewandeld die niet uit de liefde is. Niet uit mildheid. Niet uit bewogenheid. Niet uit vergevingsgezindheid. Er wordt gezien hoe men in een weg van omgaan met mensen die ook deze weg gaan beïnvloed wordt. Nogmaals, alleen Gods Geest kan dit wonder van genade bewerkstelligen. Maar dan zal er ook inderdaad een wonder plaatsvinden. Dan zal iedereen kunnen zien dat uit een wereld van hardheid een mens is aangeraakt door de liefde van God. Dat Gods Geest met deze liefde wat gaan doen. Dat in het komende er vruchten komen tot geloof en bekering waardig. Het vuur van de liefde steekt anderen aan. Er komt een opleving, een gehele verandering in het leven van zo’n mens. De liefde is zo sterkt dat hij in een weg van op en neer door muren van verzet kan heendringen. Met het verstand wat wordt verlicht en de ogen die worden geopend zullen op de Libanon de vruchten ruisen. Waar geen weg van verandering meer leek in het dal van de dorre doodsbeenderen. Ze zullen tot leven komen. Dit alles zoals in het Woord is voorspeld. Wanneer in een mand een rotte appel is, de andere appels worden tot schande. Maar omgekeerd, wanneer in een verdorven wereld één mens wordt aangeraakt, het zal nooit zonder gevolgen zijn.

Kerkmensen zijn niet anders dan mensen die niet naar de kerk gaan. Ze zijn niet beter, ze doen niet beter. Ze zijn net zo onbekeerd als iedereen. En brengen daarom ook rotte en stinkende vruchten voort. De vruchten van het vlees. Waarin in de kerk niet zelden de zonde tegen het negende gebod hoogtij viert. Roddelen, lasteren, kwaadspreken over iemands staat en genade. Het is niet van de lucht. Genade leert dit alles zien. In een weg van groeien in genade zal er zeer zeker een fundament komen wat zo sterk is dit alles te weer staan in de kracht van de liefde. En die volharden zal tot het einde zal zeker zalig worden. Ontdekking leert hoe snel wordt gestruikeld. Maar de Heere richt die gestruikelde mensen op. Ja Hij wordt niet moe dit dagelijks te doen. Dit alles tot de eer van Zijn Naam.