Koopt de dagen uit.                                                                   
                                                                                                                                                                                                                   


Ieder mens heeft zijn gaven en talenten. Deze zijn hem geschonken om in Gods Koninkrijk dienstbaar te zijn. Waar de liefde tot God in het hart is gelegd, daar is ook een wederliefde Hem te dienen in het leven. Iedereen krijgt een eigen plekje op deze aarde. En daar is voor elk de mogelijkheid in het ambt aller gelovigen de ander te dienen. Soms is vanaf de jeugd de keuze van het hart heel duidelijk aanwezig. En wordt een lijn gezien in de opleidingen die worden gevolgd. Het doel is bepaald. In het leven wordt gewoekerd met de geschonken gaven. Het gehele leven op de leerschool van Gods Heilige Geest blijft een leerschool. Kleintjes in de genade groeien tot volwassen mensen. Geplant op het vaste Fundament, Jezus Christus, worden het mensen die veel vrucht dragen.

De Heere gooit Zijn genade niet weg. In een weg van dagelijks eten en drinken groeien de zuigelingen op. De Heere gebruikt de middelen. En Gods kinderen groeien bij het licht van Gods Heilige Geest overal van. In voor- of tegenspoed, het maakt alles niets uit. Alle dingen in het leven zullen medewerken ten goede in het leven van een mens die het geklank kent.

Gods kinderen zien hun leven getekend in de omstandigheden. De wereldgeschiedenis preekt de grote werken van God in het eigen leven. Zoals terroristen een bedreiging zijn voor de wereldvrede, zo wordt de strijd tegen de wereld, de duivel en het boze hart ervaren. Het gevaar op de smalle weg dreigt van alle kanten. In het geloof leert men niet te vrezen voor de listige aanslagen van wie dan ook. In de grootste smarten blijven de harten in de Heere rustig.

Alles wordt in het leven der genade niet in ene keer geleerd. Daarom is het ook niet bijbels dat mensen zich als gearriveerde christenen presenteren. Mensen die niets meer te leren hebben. Of zelf wel uitmaken wat zij willen leren. Gods kinderen leren iedere dag opnieuw als een bedelaar aan Gods genadetroon te vragen om genade voor genade. En of dit nu een vertroostende zegen of bestraffend onderwijs is, alles wordt in het geloof aanvaard als zijnde uit de liefde van God.

Wij geloven de vergeving van zonden. Het is de verzoening door voldoening Maar wij geloven meer. Er is een heilige, algemene en christelijke kerk. Geen zgn reformatorische kerk. De christelijke kerk is niet te herkennen aan wat uiterlijke dingen. Zoals een zwart pak of een meewarig gezicht. Gods kinderen zijn als een lichtend licht en een zoutend zout niet met zichzelf bezig. Vanuit de liefde van hun hart zoeken zij niet zichzelf te dienen. Het is voortdurend een zoeken naar het heil en het behoud voor de ander.

In deze weg moet een leven lang worden geleerd dat het een volgen van Christus is van dag tot dag. Het dienen van de ander gaat voor eigen leven gepaard met leren en afleren. Ieder voorval en elke gebeurtenis heeft iets te zeggen. Wanneer men het te druk heeft met van alles en nog wat, men gaat voorbij aan de stem van God in het leven. De Heere spreekt dagelijks. Aan een ieder persoonlijk wordt geleerd wat tot nut is voor het geestelijk leven. Er blijft een rust over voor het volk van God. Doch de duivel zal altijd weer wegen zoeken  deze te verstoren.

De Heere spreekt van dag tot dag en van moment tot moment in het leven. Wij leren dat wij naar deze stem van God moeten luisteren. Daarom is het zo belangrijk stille momenten in acht te nemen. En dan te luisteren naar datgene wat Hij te zeggen heeft. Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft.

Van onszelf verstaan wij de stem van God niet. Doch in het wondervolle werk van de Heilige Geest worden mensen voor elkaar gebruikt. De Heere zorgt ervoor dat ieder op zijn weg krijgt wie hij nodig heeft. Ouders hebben de dure plicht hun kinderen te onderwijzen. Leerkrachten nemen een gedeelte van deze taak over. In het verdere van het leven zal worden ervaren hoe steeds opnieuw wordt geschonken uit Christus. De Heilige Geest is de grote Werkmeester van de Zaligheid. Doch in een voortdurend proces zet Hij mensen in om het nodige onderwijs te schenken.

Onbewust kan het kleinste kind uit de schat van Christus meedelen. Hoe groot is het goed wat is weggelegd voor die de Heere vrezen. Het is daarom niet goed als een betweterig mens de woorden van een ander weg te slaan. Genade leert iedere dag de lege handen naar de Heere op te heffen. Iedere dag is er zoveel te eten en te drinken, dat men wel eens verwonderd kan staan van de rijkdom die in Christus is te vinden. Het kan niet anders dan dat men in deze weg meer en meer vruchten voort mag brengen. Het geloof leert wachten. Op te merken. Te volgen. In deze weg wordt ook geleerd om te durven. Leven met de Heere is durven. In het geloof een stap te durven nemen die een ander niet voor mogelijk houdt.

Wanneer de duivel ziet dat zijn werk onmogelijk wordt gemaakt, de tegenstand zal tot benauwens toe worden ervaren. Doch zich vasthoudend aan de beloftes van God zal worden volhard tot het einde toe.