In de kracht van de Heere.

Alles wat uit God is wordt bestreden. Wanneer dat niet zo was, het zou naar het Woord niet zijn. Hier beneden is door de zonde alles verbroken. Het grote wonder is dat Gods Geest mensen aanraakt. Hier en daar wordt iemand onrustig gemaakt. Met de wetenschap dat het niet goed is zoals het gaat. Deze wonderlijke gebeurtenis in het leven is altijd het begin van iets groots en heerlijks. Een verandering. Een bekering. Die in de weg van de geleidelijkheid nooit ophoudt. En zalig wie dat mag gebeuren. Dat God, naar recht, hem niet wil schuldig keuren. De zonden niet meer gedenkt. Iets nieuws schept. Om in de weg die komt in alles God te bedoelen.

Ik zei al, daar komt alles op af. De satan zal niet stilzitten. Hij zal alles in het werk stellen om te voorkomen dat vrucht wordt gezien. Nog altijd is hij van mening datgene wat God werkt te kunnen tegenhouden. Wie of wat hij zal gebruiken, het maakt niet uit. Vruchten van het vlees zullen gezien worden in het leven van diegenen die zoekend zijn gemaakt naar de God van Abram, Izak en Jacob. Vruchten van het vlees bij diegenen die alles wat de Heere werkt zoeken te vernielen. Ongeloof wordt gevoed. Leugens en laster worden verbreid. Moord en doodslag zijn niet uitgesloten. Kortom, alles wat de Heere verbiedt wordt gevonden in de wegen om toch maar de opstand uit te kunnen voeren.

Gods kinderen kunnen wat ze niet hadden verwacht. In hen is altijd weer die kracht die ze van zichzelf niet hebben. De Heere laat hen soms even op zichzelf terugvallen. Dan kunnen ze in angst en twijfel neerliggen. Zich terugtrekken. Zich afvragen of het ooit wel goed zal komen. Meerdere keren zoeken ze hun bidvertrek op. Vallen ze op hun knieën neer. Om nood en pijn uit te schreeuwen bij de God van hun betrouwen. Bij Hem Die nooit alleen heeft gelaten. En dat omdat het gaat om Zijn eer. Zo zal Hij ook voor het verdere niet begeven en verlaten. Zo zal Hij de kracht vernieuwen in het van vernieuwen van het verbond wat Hij eenmaal heeft gesloten. Hij zal immers niet laten varen de werken die Zijn hand begonnen zijn.

Wie op de Heere vertrouwt zal niet beschaamd uitkomen. Dit zal echter nooit een geplaveid pad worden. De ene golf na de andere zal over Gods kinderen heengaan. Waarbij Hij nooit zal bezoeken boven vermogen. In deze weg zoekt Hij Zijn volk te brengen tot meerder groei in genade. Tot het meer vertrouwen en verwachten van Hem. Tot het duidelijker te kunnen spreken van de weg die God met Zijn kinderen gaat. Ja om als een vader of moeder in Israël anderen te kunnen onderwijzen. Zoals de Heere in Zijn leven leerde, zo zullen ook zij het mogen doen. Mensen die onderwijs geven moeten eerst geschoold worden. Zo werd immers Mozes veertig jaar in de woestijn gehouden om bekwaam gemaakt te worden voor het grote werk waartoe hij geroepen was.

Gods kinderen zijn hier op aarde nooit uitgeleerd. Natuurlijk zoeken ze een weg die is naar het vlees. Waarbij alles zo fijn is. Zo goed. Zo heerlijk. Zo om van te genieten. De Heere leert dat het anders is. In de diepte groeit de mirte. In de tegenslagen ligt de groei. In het verdriet is reden om de Heere aan te roepen. In voorspoed zijn Gods kinderen snel van hun plek. De tegenslagen van Gods kinderen zijn veel. Altijd geweest. Maar ze zullen de kracht vernieuwen. En die kracht komt van de Heere. Zo zullen ze zingen: Van Hem is mijn verwachting.