Er is een weg ten leven.
                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

Het grote probleem ligt hierin dat de godsdienst de dingen allemaal veel te moeilijk heeft gemaakt. Overal kom je het tegen dat mensen zich afkeren van de zwaarste kringen en een wat eenvoudiger onderwijs zoeken. Natuurlijk wordt dit dan weer veroordeeld. Mensen zouden ‘het’ dan zogenaamd niet meer willen horen. Want ‘het’ is immers alleen in ‘onze’ kerk te vinden. Wij weten alleen de weg. Het is niet te begrijpen dat zelfs predikanten die zich professor mogen noemen deze weg  zijn ingeslagen. Dan is het zo duidelijk wat het Woord zegt: het is voor de wijzen en verstandigen verborgen en het wordt de kinderkens geopenbaard. Het evangelie van genade is zo eenvoudig. Het hoeft niet zo moeilijk.

De Heere zegt tegen die volwassen mensen in het Nieuwe Testament: jullie moeten worden als een kind. Hij zegt het nu tegen de godsdienst. Jullie moeten worden als een kind. Nee, al die moeilijke verhandelingen zijn niet nodig. Leg nu maar als een kind je hand in de Mijne. En verwacht het dan nu eens alleen van Mij. Ik zal raad geven en Mijn oog zal op u zijn. Ik zal u dan leiden op wegen die ge niet hebt gekend. Op paden die je niet wist. Maar sta er dan wel voor open. Houd nu niet vast aan die eigenwillige godsdienst. Waarin je eigenlijk zit vastgeroest. Zet die starre bril nu eens af. En kijk dan eens om je heen. Kijk nu eens naar die mensen die je eigenlijk diep in je hart veracht. Waar je eigenlijk niets mee te maken wilt hebben. Omdat ze niet wandelen zoals jij. Mensen die je ten diepste niet meetelt op de weg naar de hemel.

Vraag je nu eens een keer af of niet zij maar jij je mogelijk zou kunnen vergissen. Is het wel zo dat de Heere van ons eist dat we altijd met twijfel en onmogelijkheden bezig zouden moeten zijn. Is er dan in deze wereld niets  te vinden dat meerder waarde heeft?

Velen, die leven op het erf van de genade, wanen zich in een tijd alsof de Heere nog komen moet om voor hen te lijden en te sterven. Doch het Wonder aller wonderen is geschied. Hij is in de tijd gekomen en heeft met Zijn Middelaarswerk een weg geopend tot het hart van de Vader. De weg is vrij. En al wie tot Hem komt zal Hij niet uitwerpen. De satan is overwonnen. Zijn kop is vermorzeld. Zeker slaat hij met zijn staart. Maar wij mogen gelovig wijzen op het bloed van de Heere Jezus Christus. En in deze zal hij sidderend wegvluchten.

Het geloof in deze weg is het een vertrouwen op de beloftes van God, die in Christus ja en amen zijn. Er is een godsdienst die jaar en dag zit onder het gehoor van predikanten die ach en wee preken en verder niet komen. Ze preken eenzijdig het vuur van Gods toorn over de zonde. Zo dat mensen zich afkeren van de kerk, waar ze soms jaren lid van waren. God is een God van liefde en in Zijn plan zijn alle hopeloze gevallen opgenomen. Er is vrede en licht voor ellendigen en armen van geest. Dagelijks komt Hij tot ons in Zijn evangelie van vrije genade. En wee die leraars die dit tekort doen. Door een weg voor te houden waarin het bijna onmogelijk lijkt hierin te delen.

In Zijn goedheid komt de Heere tot mensen met Zijn aanbond van genade. Daarvoor is niemand te slecht. Al wie de naam des Heeren aanroept zal zeker zalig worden. Dat wil zeggen: delen in die genade van God. De genade die ligt in Christus. Die de mensen voor niets wordt aangeboden en geschonken. Het is niet zo dat mensen niet zalig kunnen worden. Ze willen niet. En het is heel erg dat dit een werk is van een godsdienst die niet gelooft dat het zo eenvoudig kan. Het genadewerk wordt zo star en zo dood voorgehouden. Ja, dan wordt het inderdaad een wonder wanneer iemand in de kerk onrustig wordt. Maar dat gaat dan wel in een weg die veel pijn en veel verdriet kost. Men wordt gehaald en verlost  van een weg die jaren is gevolgd. Dit kan veel angst en twijfel opleveren. De vraag of het wel goed is deze weg te gaan. Temeer daar er zoveel op afkomt van mensen die nog verstrikt zitten in de klauwen van ongeloof en twijfel. Waar geen lachje op het gezicht is te zien. Mensen die hun godsdienst koesteren. Die nooit een woord van lof of ere voor de Heere hebben.

Nee ik bedoel niet dat we nu de andere kant op moeten slaan. Dat we maar nonchalant moeten zijn. Zo van: het komt wel goed. Integendeel. Het is alleen het tegenovergestelde van wat de godsdienst hiervoor beschreven beoogt. Beide houdt een soort lijdelijkheid in. Maar nu de Weg, de Waarheid. En het Leven. Christus te preken in al Zijn schoonheid. Niet alleen in Zijn weg van lijden en sterven. Maar nu in Zijn opstandingskracht. Waar in deze weg een geopende toegang is tot het hart van God.Mensen die zo hun weg mogen gaan zijn de levende kerk. De strijdende kerk. Maar dat is dan wel een strijd voor het Koninkrijk van Christus. Een strijd om het goede te behouden. Anderen aan te sporen ook die weg ten Leven te gaan. In gelovig vluchten tot de God des levens. Al is het maar met een geloof wat zo groot is als een mosterdzaadje: ik geloof Heere maar kom mijn ongeloof te hulp. Opgeraapt uit een godsdienst waar alles donker is. Waar de Heilige Geest  bijna geen kracht meer kan doen. Waar mensen deze werking tegenstaan. Niet durven geloven.

                In die weg gebeuren er wonderen. Want Zijn Naam is Wonderlijk.