Liefde of haat.


Het eerste wat de Heilige Geest  werkt is de liefde. In een bijzonder wonder komt er in het hart een liefde tot God en Zijn dienst. En wanneer de Heilige Geest deze schenkt, het genadewerk is eigenlijk al begonnen. Nooit zal de Heilige Geest stoppen met het werk wat Hij is aangevangen. Steeds opnieuw zal Hij wegen zoeken genade te verheerlijken in het hart. Om in een voortgaande weg te onderwijzen op de weg die is naar de Godzaligheid. Deze weg gaat altijd over hoogtes en door dieptes heen.

Aanvankelijk komt er een liefde om God te behagen. Om te doen al hetgeen Hem behaagt. Men komt dan zogenaamd in het werkhuis. Maar in een verdergaande weg komt men er bij ontdekkend licht achter dat men God niet kan behagen. God kan met de minste van de zonde immers geen gemeenschap hebben. En dagelijks wordt in vele gestruikeld. Wanneer men het goede wil doen, het kwade ligt nabij. De liefde die in het hart is gelegd zoekt echter wegen om toch met God in een goede verhouding te komen. En bij onderwijs door de Heilige Geest wordt geleerd dat deze mogelijkheid alleen ligt in de Heere Jezus Christus. Om deel aan Hem te krijgen moet het geloof in Hem worden geschonken. Uit en van zichzelf zal dit nooit kunnen. Doch de Heilige Geest doet niet eerder rusten dan wanneer er een gelovig toe-eigenen mag zijn van hetgeen in Hem is te verkrijgen. Voor de ene mens ligt dit geheel anders dan voor de andere. Er kunnen zoveel ophouders op de weg zijn. De Kaneese vrouw werd zelfs door de Heere Zelf teruggewezen.

Waar de liefde in het hart is gelegd zal echter niet worden gerust eer en aleer een toezegging is ontvangen.  Een straal van hoop wordt ervaren. Ze leren met Jacob bidden: Ik laat U niet gaan tot U me zegent. En dan komt het ogenblik waarop men als strijder op de smalle weg is geplaatst. Er is een godsdienst wat doet rusten op een eenmalige gebeurtenis. Een eenmalige toezegging. Doch in het verdere van de weg wordt het geloof beoefend en gelouterd. Gaat een vermeende bekering dagelijks ondersteboven. Er wordt ervaren dat er steeds een nieuwe bekering nodig is om eenmaal behouden aan te komen in het land der Ruste. Het is hier het land der ruste niet. Er zijn geen twee hemelen. Zeker blijft er een rust over voor het volk van God. Doch alleen door veel strijd zal het einde eenmaal volkomen vrede zijn.

De omstandigheden van het leven kunnen moeilijk zijn. Ja, de onmogelijkheden kunnen zich aandienen. En in die weg zijn er voor ieder verschillend de oefeningen in het allerheiligste geloof. De vrouw van Job probeerde hem zijn geloof te laten verloochenen. Zegen God en sterf. Doch de liefde die bij hem in het hart was gelegd kon de zwaarste stormen doorstaan. Al Gods kinderen leren dat ze onverbeterlijk zijn wat betreft het leven als christen. Dat ze van zichzelf er steeds opnieuw een puinhoop van maken. Doch wanneer de Heilige Geest hen weer een blik op zichzelf doet slaan, ze schamen zich als Petrus. En bitterlijk bedroefd bewenen ze al hun vuile wanbedrijven. Ik heb tegen U o Heere, zwaar en menigmaal misdreven. Ontdekking leert opnieuw de toevlucht  nemen tot de Heere. Ze kunnen niet verder wanneer het tussen God en hun ziel niet vlak ligt. En niet eerder rusten ze dan wanneer ze een woord van liefde mogen ontvangen van Hem.

De Heere blijft Dezelfde. De liefde die in het hart was uitgestort komt van Hem. En deze Liefde gaat alle andere verre te boven. Hij verlaat niet wat Zijn hand begon. Hij wil bijstand zenden. Dit bewijs van Zijn liefde die Hij steeds opnieuw schenkt geeft een wederliefde die niet is te verbreken. De liefde vergaat nimmermeer. En in een leven van dankbaarheid wordt psalm 27  begrepen. Om nu altijd maar in de dienst van de Heere te zijn.  Hem al de liefde waardig te schatten. Waar Hij die rechterhand wilde vatten. Keer op keer wordt ingeleefd dat het van de kant van een mens niet verwacht moet worden. Dat het geringste hem weer van de weg af kan halen. Doch anderzijds wordt ervaren dat het trouw is al wat Hij ooit beval. Dat het staat op Waarheid pal. Hij zal in dit moeilijke leven Zijn Volk en Erfdeel nooit begeven.

In Gods tuin bloeien drie bloemen heel schoon. Geloof, hoop en liefde. Maar meer en meer wordt geleerd dat de mooiste de liefde is. De wet van God is samengevat in de twee geboden. Het zijn de woorden van God. In een liefdedienst is het een in praktijk mogen brengen van de liefde tot God in de eerste plaats. In de tweede is daar de liefde tot de naaste. Het leven is een tranendal. Door de zonde gebroken is er in deze wereld smart op smart. Maar niets kan de liefde tussen God en Zijn kinderen in de weg staan. Niets kan het vuur van deze liefde uitdoven. Al wat uit God is neemt geen eind. Door de tijd die alles schendt. Er zijn in deze wereld twee machten. Het is het goede, hetwelk voortkomt uit de liefde. Doch aan de andere kant is er de haat. Welke gewerkt wordt door de vorst der duisternis. Deze twee uitersten strijden. Soms lijkt het alsof het kwade de overhand heeft. Alsof alles wat goed is en uit God in deze wereld ten onder zal gaan. Doch die voor zijn, ze zijn meer dan die tegen strijden. En zo zal er op het alleronverwachts toch weer uitkomst komen. Waar de Heere zal betonen het op te nemen voor allen die Zijn Naam ootmoedig vrezen. En leven naar Zijn goddelijk bevel. Dit is geen zaak van het hebben van recht. Doch Gods beloften zijn in de liefde van Christus ja en amen. En zo zal er, hoe donker ooit de weg moge wezen, altijd weer een moment van licht zijn voor die vasthouden aan Zijn Woord.