Meer en minder genade.

In het geestelijke leven is groei. Die groei is er het gehele leven. Genade staat ook naar groei. Genade vraagt naar meer. Genade is nooit tevreden met dat wat is ontvangen. Altijd weer is er het verlangen om meer van Christus te zien en te krijgen. Dit alles is een zaak van het geloof. Het geloof mag Christus in Zijn schoonheid omhelzen. Het mag zien dat wat wordt geschonken uit Hem is. Door Hem. En de liefde geeft het weer aan Hem terug in een leven van dankbaarheid. Het eigenen van genade gaat niet altijd in een weg die gelijk is. De ene keer gaat het zo bijzonder. Een andere keer zo gelijkmatig en eenvoudig. Dan weer is er direct de wetenschap: Dit is Hij. Daar gaat mijn ziel naar uit. Terwijl een volgende keer men het er maar niet voor kan houden. Zeer zeker neemt men tot zich wat wordt ontvangen. Maar men ziet niet de grote Gever achter het goed.

Dan komt er een moment waarop men zich afvraagt: Zou de Heere me zijn vergeten? Of: Is het wel waar geweest in mijn leven? Er kunnen veel dingen zijn die deze stand in het genadeleven veroorzaken. Het enige wat telt is dat het met geloof niets heeft te maken. Het geloof leert gelovig volgen. Hij leert de kleine dingen als groot zien. En geeft altijd God de eer van datgene wat is ontvangen. Mensen die dit niet hebben of kennen zullen zeker in twijfel proberen te brengen. Want zij immers kunnen het met dit eenvoudige geloofsleven niet doen. Ze blijven staan naar de meest spectaculaire dingen. En zouden het liefst de Heere willen vertellen hoe Hij het doen moet. Het wonderlijke is dat het in hun ogen dan ook nog op de één of andere wijze zo gaat. Zoals de Heere Thomas Zijn wonden toonde. Toch was het van Thomas geen zaak van het geloof.

De Heere gaat met elk mens een eigen weg. Het doel van al die wegen is de verheerlijking van Zijn Naam. Het is nooit Gods bedoeling mensen in het middelpunt te plaatsen. Het is ook niet Zijn wil dat mensen zichzelf centraal stellen. Gods Geest is vrij. Hij geeft wat Hij wil aan wie Hij dat wil. Er zijn er die van de baarmoeder Gods lof zingen. Terwijl anderen hun hele leven bedrukt over de aarde gaan. Terwijl ze slechts sporadisch zingen. Maar die heimwee hebben komen zeker thuis. En in dit leven zullen ze naast de rechtvaardiging door het geloof ook zeker de vruchten van de heiligmaking dragen. Allen zullen ze genade voor genade ontvangen. Om met de geschonken gaven in dit leven God te verheerlijken. Datgene wat ze mogen leren in dit leven is zo verschillend. Maar allen zullen ze woekeren met de genadegaven die zijn ontvangen op dat moment. En in dat woekeren ligt altijd weer de winst. Om tot groter wasdom te komen. Tot meerdere groei.

Tegenover de groei door het geloof staat de satan met zijn aanvallen. Om met wie of wat hij wil gebruiken angst en twijfel te zaaien. Om de genade tegen te houden. Onderwijs wat in deze wordt gemist zal veel mensen tot de dood een veel somberder leven schenken dan nodig is. Het is zo eenvoudig: De satan is overwonnen. De kop is vermorzeld. De staart slaat nog van dag tot dag. Alleen het geloof in de Heere Jezus zal de aanvallen kunnen weerstaan. Hij heeft geleden. Hij is opgestaan uit de dood. En dit wonder behoeft echt niet nogmaals te gebeuren. Al wie in Hem gelooft zal leven. Van dag tot dag eten aan de tafel van de Heere. Om gevoed te worden met genade uit genade. En met die spijze de weg te vervolgen die anders te lang zou zijn.