Voortdurend zelfonderzoek.

De stille momenten zijn onmisbaar in het leven. Het stilstaan bij jezelf is en blijft noodzakelijk. Wie ben je. Waar kom je vandaan. Wat doe je. Hoe leef je. Dan is daar onlosmakelijk aan verbonden de bede: Zie of er in mij een schadelijke weg is. Leid mij op de eeuwige. Er gaat geen keer voorbij of je moet met schaamte je hoofd buigen. Niets, maar dan ook niets heb je er weer van terechtgebracht. Het moet voor de zoveelste keer anders. Zo en zo alleen worden mensen in een afbrekende werk geoefend in de ootmoed. De hoogmoed van huis uit moet sterven. Waarbij je er steeds weer achterkomt dat hij nooit dood gaat. Een mens zoekt zich niet te vernederen. Hij zoekt te overleven. Hoog verheven boven alles en iedereen uit te komen. En alleen Gods Geest leert mensen dat de kracht in de zwakheid ligt. Niet in de sterkte. Die vaak alleen schijn is. Een mens is machtig in zijn zwakheid. In het tonen van zijn verdriet en ellendige toestand. Van huis uit zoekt hij de bovenste tree van de ladder te halen. Maar de Heere leert hem de onderste te zoeken en in te nemen. Keer op keer.

Alleen genade leert mensen dit zien. Alleen genade breekt mensen af. Bijzondere genade. Want van huis uit willen mensen zelfs met genade nog wat zijn. Genade geeft de zogenaamde gist in de schoenen. Genade is voor de mens levensgevaarlijk wanneer er niet de bijzondere genade is die mensen klein houdt. En dit kan alleen in een afbrekende weg. Hoge bomen vangen veel wind. Zo is het ook in het genadeleven. Wanneer er de wind is van Gods Geest zal deze die hoogverhevene niet aanmoedigen. Maar Hij knakt liever de takken. Die zonder dat ze het weten zo dood zijn. Zo zonder vruchten van echte genade. Waar de liefde ontbreekt, de mildheid, de zachtmoedigheid. Waar daarentegen hardheid en eigenliefde zegeviert

Genade is er in zoveel mate. Saul was de koning van Israël. Met de hem geschonken talenten leidde hij het volk. Maar David was een man naar Gods hart. Hij regeerde met de Heere. Toch laat ook het leven van David weer zien dat de zonde altijd op de loer ligt. Bijzondere genade om deze koning in schuld en berouw te krijgen. Een koning die bukt. Een koning die zijn schuld belijdt. En zo alleen verkreeg hij weer de gemeenschap met de Heere en Zijn Geest. Met de Heilige Geest alleen kon hij verder. Hij wist dat Die hem leidde van dag tot dag.

Wanneer het donker wordt in het leven van Gods kinderen, er volgt een vastlopende weg. Een weg om meer en meer zichzelf te onderzoeken waar de schoen wringt. Wat er deze keer voor schadelijke weg in het leven is. Wat er van binnen in het hart niet goed gaat. Alleen een inkeer tot zichzelf door Gods Geest gewerkt doet zien waar het mis is gegaan. Of welke de volgende les is die geleerd moet worden. Vrome praatjes brengen mensen niet het licht . Niet voor het eerst of opnieuw. Alleen de inspraak van de Heere toont mensen de schuld. Geeft hen berouw. Maar wijst hen ook de weg die verder moet worden gegaan. Het is het steeds weerkerend werk van Gods Geest. En in die gemeenschap met de Heere klaart het op. Wordt het licht en wordt de weg gewezen. Voor het eerst of opnieuw. In een geheel andere weg dan voorheen.

Terugkijkend, hoe vaak worden mensen door Gods Woord en Geest terechtgewezen? En toch wordt de Heere het niet moe om de weg met de Zijnen te vervolgen. Welk een voorbeeld voor ons om steeds weer de weg verder te gaan. Al is het met het meest ongehoorzame kind. De meest valse beschuldigers. De meest ontrouwe mensen. De Heere geve ons er ieder wat van in de tijd die komt. Verstand met goddelijk licht bestraald. Daar te zijn waar de Heere ons roept. Maar ook zoals Hij het van ons vraagt.