Daar ik op Gods inspraak wacht.

Het leven is niet eenvoudig. Voor de één is het zwaarder dan voor de ander. Doch voor iedereen geldt dat door de zonde de omstandigheden geen hemel op aarde zijn. Christenen leren dat ze niet behoeven te twijfelen aan Gods genade. Doch het verkrijgen van Gods genade gaat altijd in een zware weg. Daarbij moeten ze afzien van mensenhulp. En afgaan op datgene wat de Heere spreekt. Mensen komen altijd in contact met hen die vanuit hun eigen inzichten en gedachten spreken. Woorden die misschien gezag hebben. Met het je oor te luister leggen naar alles wat je hoort is geen plaats meer voor datgene wat de Heere te zeggen heeft. Wij hebben allen de taak de weg tussen de wieg en het graf te gaan. De stormen die in dit leven ons dreigen  hebben we met de Heere Zelf te bespreken. Daarbij is het nodig Zijn stem te verstaan. Zijn stem die in het Woord zo helder en duidelijk klinkt. Gods kinderen zijn min of meer van God geleerd. Maar ook hierin is onderscheid in genade. Niemand van hen denkt, als het goed is, het allemaal wel te weten. Juist die houding staat open tot het verkrijgen van meer genade.  Gods kinderen weten van een Helper die de God van Jacob heet. Deze God gebruikt mensen in Zijn dienst. Zij worden met onderscheiden gaven gebruikt het Woord te openen. Doch aan alles wat zij spreken kleeft altijd de wetenschap dat het vol gebrek is.

Mensen die niet weten wat het Woord hen te zeggen heeft zoeken aanvankelijk hun hulp bij mensen. Die, hoe goed bedoeld, hen ook dwaalwegen kunnen wijzen. Daarom is het altijd nodig te onderzoeken wat gezegd is. Dit niet klakkeloos aan of over te nemen. Het is dan ook van belang te onderzoeken of de geesten uit God zijn. Want zodra Gods Geest in het leven komt, de boze zoekt altijd te verstoren. Gods kinderen zijn niet betweterig. Ze weten dat ze altijd van elkaar kunnen leren. Ook dingen die tegen hen worden gesproken nemen ze graag ter harte.

Wanneer er echter dingen geopperd worden die Gods Geest niet verdraagt, er  volgt altijd een strijd in het leven van Gods kinderen. Er volgt een donkerheid die niet te peilen is. Gods kinderen gaan deze strijd en onrust niet uit de weg. Maar zoeken naar het hen bekende Licht. Dat Licht bepaalt hun doen en laten in de tijd die volgt.

Voor Gods kinderen heeft het Woord heerschappij. Vanuit dat Woord weten ze van het verstand met Goddelijk Licht bestraald. Gods kinderen die staan naar meerder genade weten van de strijd die het groeien in de genade geeft. Ze weten van de dieptes in het leven. Maar ze weten ook dat ze daar uiteindelijk de Man met het rode Paard zullen ontmoeten. Die hen keer op keer doet zien weer op het verkeerde paard te hebben gewed.

In een tijd van afstand en overdenken volgt de hen bekende rust en vrede. In datgene wat ze mogen ervaren ligt opnieuw zoveel liefde. Ook voor hen is de toekomst verborgen. Maar ze weten zeer zeker wat hun hand vindt om te doen. Stil en gerust gaan ze opnieuw hun eigen bescheiden gang door het leven. Aan mensen zijn ze geen verantwoording schuldig. Ook niet aan hen die oorzaak waren van hun twijfels. Bij vernieuwing hebben ze geleerd dat Gods Woord heerschappij heeft. Dat ze in Zijn Licht het Licht zien. Het op prinsen vertrouwen werkt altijd duisternis uit. In de ootmoed die volgt is de hulp en verwachting opnieuw van de Heere alleen. Het is een opnieuw gaan in Zijn wegen. Wegen die voor de wijzen en de verstandigen in eigen oog verborgen zijn.