Liefde die in het hart is uitgestort.

De Heere stort Zijn liefde in rijke mate uit in het hart. De liefde is een wonderlijk iets. Deze vergaat nooit. Daar kan en zal in het leven echt alles op afkomen. Maar de liefde overwint. De inhoud van dat woord is zo rijk. Zo groot. Zo bijzonder. Daar moet alles voor zwichten. De liefde denkt geen kwaad. De liefde spreekt geen kwaad. De liefde bedekt het verkeerde. De liefde is de Bron van alle goed.

De duivel kan dit helemaal niet hebben. Hij zal ook alles doen om kapot te maken wat hij kan. Hij weet wie en wat hij daarvoor moet gebruiken. Maar wee die zich laat leiden door zijn raad. Het kan zo mooi lijken. Het kan zo aantrekkelijk zijn. Maar o, die struikelt moet zo’n zware weg terug.

De één is wat langer op de weg dan de andere. Weet vaak veel meer de listen van satan. Juist die kleintjes in de genade zijn zo’n gewillige prooi voor hem.

Het wonderlijke is dat mensen die door Gods Geest worden geleid altijd weer inzien wat ze hebben gedaan. Er wordt hen altijd weer een halt toegeroepen. Zo van: Tot hiertoe en niet verder. Dan begint de weg terug. Hoe dit moet is de vraag. Maar in het kapituleren ligt de winst. Iemand die mag bukken en buigen zal door de Heere nooit alleen worden gelaten. Het mooie voorbeeld is Saulus die door het licht wordt getroffen op de weg naar Damaskus. Het onderwijs wat deze man kreeg was uit de hemel voor hem bereid. Het bijzondere was dat Saulus ook direct de Christus preekte. En Hem in al zijn doen en laten liet zien. Zo is dat niet bij iedereen.

Denk dus niet dat mensen met genade nooit struikelen. Keer op keer wordt juist hen het vuur aan de schenen gelegd. Nee, niet door Gods kinderen. Het is uit de boze wat mensen weten te bereiken. Uit de afgrond. Ja, Gods kinderen weten het allemaal. Maar de duivel weet de zwakke plek te vinden. Hij rust niet voor hij verwoest denkt te hebben wat de Heere is begonnen. Wat is het dan goed om maar steeds bij de Heere aan de deur te zijn. Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal.

De Heere is zo getrouw. Zo sterk. Hij zal Zijn werk echt afmaken. Al zijn de omstandigheden tegen. Al lijkt alles tegen. De Heere is vóór. Hij zal Zijn kind, zelfs die het diepst is gevallen, op de weg terugbrengen. Dan kan je ook zien wat echt is en wat niet. Al Gods kinderen komen steeds weer bij Hem terug. De Heere wijst ook zeker hen de weg hoe het verder moet. En het briesend paard? Dat moet toch eenmaal het opgeven.

Een kind van God. Liefde in het hart gekregen. Misschien meer dan een ander. Gemeend zo bijzonder te zijn onderwezen. Misschien hoogmoedig geworden in die weg. De Heere breekt het af. Nee, niet een klein beetje. Niet iets. Hij breekt alles af. Heeft de Heere dan lust tot plagen? Nee, Hij is uit op het behoud van mensen. Hij gunt hen dat ze hun ziel als een buit uitdragen.

Niemand wil deze weg van nature. Natuurlijk wil men zijn ziel wel als een buit uitdragen. Maar dat gaat niet zomaar. Daar gaat een leven van louteren aan vooraf. Van strijden. Van schuld. Van boete en berouw. Van bukken en buigen. Van tranen. Het is een weg van alleen overblijven. Van volledige overgave. Om dan, in de eenzaamheid, met de Heere in het reine te komen.