Wacht dan, ja wacht. Verlaat u op den Heere.

Mensen hebben allen hun eigen karakter. De één is wat rustiger van aard dan de ander. Sommigen zijn vol temperament. Er zijn die eenvoudig hun gang door het leven gaan. Terwijl velen het niet zo snel naar hun zin hebben. Eigenlijk doen ze allemaal hetzelfde in het leven . Ze zoeken naar datgene wat hun hart heeft. Hoe dan ook, ze maken het zich het liefst zelf naar de zin. In die wegen nemen ze, mede door hun karakter, niet altijd de juiste beslissingen. Hun leven is hun leven. Vanuit die gedachte vullen ze alles in. Het liefst houden ze alleen met zichzelf rekening.

Er is een volk op deze wereld dat zo niet leeft. Ze weten eigenlijk nooit hoe het allemaal moet. Ze gaan als tobbende en strompelende mensen hun gang. Weten vaak niet voor- of achteruit te gaan. Links en rechts lijkt afgesloten. Zij kunnen niet anders dan in stilte hun knieën buigen. Daar mogen ze het leren dat des daags boven hen een Wolkkolom is. Zij behoeven niet zelf de weg te zoeken. Door de Geest geleid gaan zijn hun gang.

Deze mensen worden vaak als meewarig bekeken. Soms zou je medelijden met hen hebben. Bij tijden hoor je ze klagen en wenen. Wanneer ze het voor een ogenblik niet meer zien. Ze gingen zo van kracht tot kracht. En ze dachten dat het allemaal wel goed zou komen. Dan, opeens, staat die prachtige Wegwijzer boven hen stil. Ze zien de golven. Ze zien de zee voor zich. Ze zouden in paniek de weg terug willen. Maar deze is afgesloten. Links en rechts wordt gekeken. De bergen onthouden hen daarheen te gaan. Beangst staan ze stil. Want hoe moet het dan?

Na veel zuchten en zorgen valt de nacht. Dan gaan ze leren dat de Vuurkolom hen behoedt terwijl een slaap over hen is gekomen. Ze leren dat de Heere het Zijn beminden in de slaap geeft. Nee, de Wolkkolom gaat niet verder wanneer de dag is aangebroken. De Wolkkolom staat stil. Maar door het geloof is er het zien op die Wolkkolom. Stil en gerust zetten ze zich neer. In afwachting op datgene wat deze enige goede Wijzer hen zal wijzen.

Vaak hebben ze het gezongen. Zo ik niet had geloofd dat in dit leven. Psalm 27 is hen meermalen tot troost geweest. Dan staan hen die laatste regels ineens zo duidelijk voor ogen. Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den Heere. Ze zijn uitgewerkt. Uitgezucht. De onmogelijkheden zijn er. Maar boven de onmogelijkheden staat nog steeds die Wolk. En door die Wolk klinken de namen van alle gelovigen. Die nog nooit beschaamd zijn uitgekomen.

De dag is aangebroken. Wat het zal brengen, het is onbekend. Hoe het zal gaan is voor een ieder verborgen. Het is ook niet meer zo belangrijk. Want, tenzij Uw Aangezicht met ons meega, doe ons van hier niet optrekke. Dat is de enige weg die al Gods kinderen willen gaan. De weg die de Heere voorgaat. Steeds maar weer achter Hem aan. Omstandigheden, woorden en daden van mensen zouden hen kunnen doen vertwijfelen.

Komt reizigers, houd moed. Sla het oog naar Boven. Zie de Wolkkolom. Leert, dat Hij bij tijden stil staat. Om te leren dat juist dan de Heere zorgt. Hij blijft de Getrouwe. Hij verlaat niet wat Zijn hand begon. O, Levensbron, heb dank dat U ook nu bijstand wilde zenden.