De satan gaat rond als een briesende leeuw.

De satan gaat rond als een briesende leeuw. Hij zoekt tot het laatst te verscheuren wat hij kan. Al Gods kinderen krijgen te maken met deze vorst van de duisternis. De één ervaart de binnenpraters. De ander leert hem kennen in de mensen om hem heen. Omstandigheden waarin men verkeert kunnen tevens tot sterven toe benauwen. En in alles is onder de toelating van de Heere de macht van deze hellehond te ervaren. Om met de vrouw van Job te zeggen: Zegen God en sterf. Mensen met genade hebben blijvend onderwijs nodig om deze mensenmoorder van den beginne te weerstaan. Alleen het wijzen op het bloed van de Heere Jezus zal deze oude slang sidderend doen vluchten.

Het bloed van de Heere Jezus wijst op het volbrachte werk van God. Waar door sterven en opstanding van de tweede Persoon in het goddelijk Wezen een nieuw leven is aangebracht. En allen die mogen zien op Hem krijgen te maken met de strijd van binnen en van buiten in hun leven. De aanvallen van de vorst der duisternis. Ja, hoe meer genade, hoe meer bemoeienis om het werk van God te bestrijden. Gelukkig staat boven dit alles een alwetend God. Alhoewel door aanvechtingen dit soms niet meer kan worden bekeken voor eigen hart en leven. Hij zal de Zijnen echter nooit uit Zijn hand laten rukken. Hij weet van de moeite en het verdriet wat hun deel is in dit leven. In die verdrukkingen gaat Hij ze leren om van zichzelf helemaal niets meer te verwachten. Niet van eigen kennen of kunnen. Wanneer Hij zo aanwerkt op een wonder moet er een heel mens tussenuit. De Heere is een jaloers God op Zijn eer. En Hij zal nooit toelaten dat mensen met de eer gaan strijken die Hem toekomt. Daarom houdt Hij de Zijnen zo dicht aan de grond. Hij weet van de hoogmoed die van nature in ieder leeft. Hij gaat ze leren dat Zijn genade genoeg, ja voldoende  is in dit leven.

Uitgewerkt en uitgestreden moeten Gods kinderen leren het alleen van Hem te verwachten. Hij doet immers wonderen, Hij alleen. Zo wordt geleerd dat het niet uit ons is, het is al uit Hem.

Dan kan het Woord zo tegenstrijdig lijken. Genade is zo gunnend. Maar we kunnen het niemand geven. Zonder de hulp van Gods Geest is het alles zo nutteloos. Petrus wilde wel vechten voor Zijn Meester. Hij sloeg het oor van Malchus af. Ook deze discipel moest leren dat Hij achter de Heere moest gaan. Vechten en strijden in eigen kracht lukt nooit. Maar in de Naam van de Heere Jezus worden duizenden verslagen. Gideon mocht slechts met een klein leger ten strijde gaan. Het lag niet aan de grootte van het leger. Aan het hoofd van hen die tegenstrijden staat de satan. Hij voert zijn duivels plan al zesduizend jaar uit. Doch het eenvoudige gaan van David met zijn slinger laat zien hoe het strijden in de Naam van de Heere afloopt.

De satan houdt niet op te slaan met zijn staart. Zijn kop is vermorzeld op Golgotha. Daar is de strijd volbracht. Zo lang deze aarde er is zal de satan zeer benauwen. Hij weet veel. Hij kan veel. Maar Gods almacht en wetenschap overtreft hem ver. Zo zal de Heere nooit toelaten dat één van de kleinen de verderving zie. En ongedacht en onverwacht geeft Hij in een weg van een wonder de uitkomst. Dan zal worden gezongen: Dit werk is door Gods alvermogen. Door ’s Heeren hand alleen geschied. Het is een wonder in onze ogen. Wij zien het maar doorgronden het niet. Op Golgatha werd het Wonder aller wonderen een feit. In Hem, Wiens Naam is Wonderlijk,  zullen tot op de jongste dag wonderen blijven gebeuren. Niet omdat Hij het moet. Maar omdat Hij het doet.

Heft dan uw hoofd omhoog. Vanwaar uw hulp komen zal.