Schuld

We belijden het in onze kerken. Schuld. Maar wat is nu eigenlijk schuld. Heel eenvoudig: De schuld ligt bij de ander. En wij, wij komen er zonder kleerscheuren vanaf. Het ligt aan ons niet. Want dan zouden we moeten vallen van de troon die we onszelf hebben opgericht. We wijzen naar die en we wijzen naar de ander. En als we nog een beetje mondig zijn en het goed kunnen vertellen, ja, dan is het overduidelijk voor iedereen. Het ligt niet aan ons.

Ik zeg het misschien een beetje kort door de bocht. Maar de praktijk is niet anders. Want als het wel aan onszelf lag, dan zag de wereld er geheel anders uit. Dan zouden we ons schamen. Niet verder gaan. Maar terug gaan naar de plek waar het mis is gegaan. Schuld belijden, om vergeving vragen en de hand uitsteken. Terwijl we heel goed voelen het niet waard te zijn. Bij alles wat we hebben aangericht en die ander aangedaan. Die ander die we met onze harde woorden hebben beschadigd zoeken. Die ander die we onrecht hebben aangedaan. Schuld wat we niet wilden zien, niet wilden belijden komt als vanzelf over onze lippen. Eenvoudig omdat het  ons helder en duidelijk voor ogen is gesteld.

Schuld is niet iets wat we van onszelf hebben. Dat moet ons worden geleerd. Geleerd door de werking van Gods Heilige Geest. De schuld eigenen. De schuld niet langer bij de ander leggen maar op ons nemen. Wee mij, dat IK zo gezondigd heb. En daar zit het, nogmaals, op vast. Op deze plek komen we niet. Van nature niet. We willen geen schuld bekennen. We willen doorgaan op de weg die we zijn ingeslagen. Liever de weg zonder hen die we met onze harde woorden van ons hebben geslagen. Die we zien als lastig. Ja, die we zien als schuldig. En waarmee we niets te maken willen hebben. Het is zoals het in onze tijd is: het gaat alles om MIJ en om IK. Met andere woorden: het gaat over de hoogmoed. Die er van nature in elk mens is.

In deze gebroken en verbroken wereld is het nergens volmaakt. In geen enkele relatie is er nooit een wolkje voor de zon. Maar het is bijzondere genade als er enerzijds schuld-eigende genade gekend mag worden. En aan de andere kant beoefend mag worden: gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Dan ligt het vlak.

Schuld vergeven kan alleen als er schuld is. Zoals ook de Heere een mens schuld wil vergeven die wordt beleden. Rechtvaardigen hebben dat niet nodig. Die gaat Hij voorbij. Hij is immers gekomen om zondaren zalig te maken. En in de weg van vergeving is altijd een nieuw begin. Maar over schuld gaat de Heere niet heen.

In een weg van schuld bekennen en schuld vergeven ligt alles glad. Daar is vrede en daar wordt de liefde geproefd. Doch om jezelf daar nu voor over te hebben, dat is een vrucht die uit genade moet worden geleerd.

De minste zijn. En die de minste is in een weg waar schuld wordt beleden, die mag ervaren de meeste te zijn.