Standvastig

Gods kinderen doen hun eerste stappen in het nieuwe leven. Ik zeg het met nadruk: Het nieuwe leven. Leven. Dus niet met een boekje in een hoekje. Het leven met de Heere is een leven in een wereld die in het boze ligt. Daarin worden voetstappen gezet. In die boze wereld woedt de strijd. De zonde viert hoogtij. Als een evangelist zoekt Gods kind hierin te staan als een lichtend licht en een zoutend zout. Waar hij ook door de Heere wordt gebracht, hij zoekt het evangelie van genade te brengen. Zelf geleid uit Sodom weet hij van zonde en schuld. Daarbij zal het oude karakter in geheiligde vorm dienstbaar zijn in de weg die de Heere wijst. Bang om zijn leven te verliezen is hij niet. In de kracht van de Allerhoogste zoekt hij mensen te overtuigen van het doodlopen van de weg die wordt gegaan. Daarbij zal hij niet schromen de zonde aan te wijzen. De vinger op de zere plek te leggen. Dit kan bij de één gematigd zijn. Liefde vol. Bij een ander zal als een scherpsnijdend zwaard de nodige woorden gesproken worden. Datgene wat wordt uitgewerkt ligt aan het werk van Gods Geest. Dit is ook niet belangrijk voor hem die de woorden spreekt. Eén ding is duidelijk: Hier sta ik en ik kan niet anders. Dat is het geloof in God. Het volgen van Hem door de moeilijkste wegen. Al wordt een leeuw gezien. Het brullen van een beer gehoord. Niets kan hem weerhouden te vechten voor de Waarheid. De Waarheid, Die zo vaak in een verkeerd licht wordt gezien en gezet. Want wat is de Waarheid. De Waarheid is datgene wat Waar is. Wat echt is. Wat gezegd mag worden. Wat geen tegenspraak duldt. Wat voor niets en niemand opzij gezet hoeft te worden. Het kan hard zijn. Hard overkomen. Maar Gods Woord zegt aldus. En alleen dat Woord heeft heerschappij. Daarin staat de Weg ten leven beschreven. Daarin staat wat bestaan kan voor Gods Aangezicht. En dat is kort gezegd alleen wat in Christus wordt gevonden. Liefde? Ja. Barmhartigheid? Ja. Leugen en bedrog? Nee. Kwaadspreken? Nee. Mildheid? Ja. Zoete broodjes bakken? Nee. Met alle winden meewaaien? Nee. Dienen? Ja. Zichzelf zoeken? Nee. En zo leert door Woord en Geest Gods kind steeds meer datgene wat in Christus wordt gevonden.

Psalm 27 leert zo duidelijk wat de liefste wens is van een kind van God. Om nu altijd te zijn in de dingen van de Heere. Om de lieflijkheid van de Heere te onderzoeken. Om bezig te zijn in de liefdedienst van God. Houdt dat in dat we niets anders moeten doen dan vroom te spreken? Gezelschappen organiseren? Dogmatiek te lezen? Anders gezegd: Is de theorie van het grootst belang in het leven van Gods kinderen? Nee, o nee. De leer die is naar de godzaligheid zullen kerkmensen wel weten. Maar nu het houden van Gods geboden. Want daarin ligt grote loon. Leer mij o Heere mijn leven in Uw dienst te besteden. Als een lichtend licht en een zoutend zout de weg gaan en vervolgen. Stormen trotseren. Niet bang zijn vrienden te verliezen die eigenlijk geen vrienden zijn. Een open oog. Een luisterend oor. Vanuit de liefde van het hart voor de Heere leven.

Er is zoveel godsdienst die niet meer dan godsdienst is. Maar de dienst met de Heere is als door een geweldig gedreven wind het van kracht tot kracht voortgaan op de weg die de Heere wijst. De weg door de woestijn. Van pleisterplaats tot pleisterplaats. Vandaag niet weten waar je morgen zult zijn of staan. In het geloof volgen en niet stoppen. Alleen wanneer de Heere rust voorschrijft mag gehoor gegeven worden aan het onderbreken van de reis. Om in die weg nieuwe lessen te leren. Waarmee de tocht uiteindelijk weer verder moet worden vervolgd.