'k Stel mijn vertrouwen op de Heere mijn God.

Het Woord van God bevat het Oude en het Nieuwe Testament. Het is heel opmerkelijk hoeveel mensen, die juist toch zeer nauwkeurig proberen te leven, Oudtestamentisch leven. En wat bedoel ik daar dan mee. Deze mensen leven wettisch. Ze denken God te behagen met het houden van alles wat zij hebben toegevoegd aan de tien geboden. Duizend geboden en verboden waarmee ze denken op de goede weg te kunnen blijven. En de toorn van God denken te ontgaan. En iedereen moet in eigen leven nagaan of deze zelfbedachte regels zijn te vinden. De angst voor de toorn van God wanneer we ons niet houden aan dit of dat wat we zelf hebben bedacht. Maar wat met het liefdesgebod van de Heere niets te maken heeft.

Het Nieuwe Testament spreekt van genade voor de grootste van de zondaren. Het leven van genade is een leven in vrijheid. Waarvan wordt gezegd: word niet weer bevangen met het juk van de dienstbaarheid. U bent verlost. God heeft u welgedaan. In het leven van genade gaat het om je hart. Daarin is de liefde uitgestort tot God en tot de mensen om ons heen. We zoeken geen mensen te behagen. En God hoeven we al helemaal niet te behagen. We hebben geleerd dat we dat niet eens kunnen. We mogen leven van genade. Van vrijspraak. Uit vergeving van zonden. En uit liefde en dankbaarheid voor de Heere mogen en willen we in Zijn dienst ons leven zetten. Dat is dus een liefdedienst. Die met zelfbedachte wetjes niets te maken heeft. Bij alles vragen we wat de Heere van ons vraagt. Daarbij komen we er steeds meer achter dat liefdedienst niet is een leven van angst. Het is een leven waarin de Heere door Woord en Geest de weg wijst. En wij gelovig volgen. Om anderen te vertellen van de grote liefde van God. Die Zijn Zoon gaf. Die stierf aan het kruis. Die weer opstond uit de doden. En zo een nieuw leven heeft aangebracht voor allen die in Hem geloven. Een nieuw leven wat het hart aangaat. Het hart wat van nature dood is.

Het Nieuwe Testament geeft lessen voor dat nieuwe leven. Aan die lessen zijn ook beloftes verbonden. Allen die de Heere kennen mogen ook leven vanuit die beloftes. Zo zal de Heere hen nooit verlaten die uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht zijn gebracht. Maar altijd zal Hij zorgen dat ze dat krijgen wat ze nodig hebben.

Dit is niet altijd naar het vlees. Het is dikwijls voor het oog tegenspoed. Maar wanneer de Heere het nodig acht, dan zal HIj het geven om de Zijnen verder te onderwijzen in de leer van de Godzaligheid. In de kennis van zichzelf. Van God en van Christus.

Het Nieuwe Testament spreekt van genade. Mijn genade is u genoeg zegt de Heere tegen Paulus. Als je mag leven van de genade dan heb je alles wat je nodig hebt om met de Heere te leven en eenmaal zalig te sterven. Meer heb je niet nodig. En met minder kan je het niet doen. Genade omvat onderwijs. Lessen door het Woord en door de Heilige Geest. Lessen, die je met verlichte ogen van het verstand gaat begrijpen. Om nu voortaan je leven in liefde met de Heere te gaan. Hij brengt je op die wegen en op die plaatsen waar Hij jou wil gebruiken. Met het onderwijs wat HIj jou persoonlijk heeft gegeven. Om vanuit de liefde van het hart anderen te bewegen tot het geloof.

Jaloersheid op het leven met de Heere wordt niet gewekt met duizend wetjes. Met duizend geboden. Het leven met de Heere wordt verlangd wanneer mensen zien en voelen de liefde die wordt uitgestraald. De rust en de vrede die alle verstand te boven gaat. Daar verlangen mensen naar. Rust en vrede in een wereld die vol onrust en vol oorlog is. Naar uitzicht als het zo uitzichtloos is.

Het hart wat mag rusten in de wetenschap dat de Heere zorgt straalt dit ook uit. Zeker is dat dit een oefenschool blijft in het leven. Want elk kind van God krijgt te maken met lijden. Met verdriet en pijn. Maar het zeker weten dat de Heere zorgt en boven omstandigheden staat doet niet wankelen maar blijft in stilte hopen en vertrouwen. De Heere geeft datgene op de weg wat nodig is. Om het geloof te oefenen. Te verdiepen. Een vaste grond te geven. En de meest onzekere in zichzelf in het dagelijks leven straalt het grootst vertrouwen op de Heere uit als het erop aankomt. Dit weet ik vast: God zal mij niet begeven. Noch verlaten.