Inkeer, afkeer en terugkeer.

We komen het zo vaak tegen in de Bijbel. De Heere ziet om naar mensen waarvoor de godsdienst de neus ophaalt. Die? Of die? Onder elkaar wordt erover gesproken. Geloof jij er wat van? Alsof het belangrijk is wat mensen ervan denken of zeggen. De Heere heeft van eeuwigheid een volk uitverkoren dat zeker zalig zal worden. Al komt daar alles en iedereen op af. Het zal niet baten. Daar heeft de vijand uiteindelijk boog en schild. Ja vurige pijlen op verspild. Dat is een harde zaak om te accepteren. Het kost veel zelfverloochening om te aanvaarden. En uiteindelijk neemt men liever afstand van dezulken dan openlijk te laten zien een andere koers in deze te varen.

Toch kan het niet anders of onder al diegenen die gewikkeld zijn in dergelijke omstandigheden wordt onrust gevonden. Er lopen met vragen. Wat ook wordt aangewend om verder te gaan op een ingeslagen weg, er wordt geen vrede gevonden. Gezien wordt wat is gedacht. Wat is gezegd. Wat is gedaan. Wat is verspreid. Kortom, het geweten spreekt. Ik denk weer aan de gelijkenis van de verloren zoon. Eén ding: als de Heere deze onrust door Zijn Geest werkt, er zal geen rust komen voor er wordt beleden: Ik heb gezondigd. Gedaan wat kwaad is in Zijn oog. Ik ben een verkeerde weg ingeslagen. Ik moet terug.

De Heere werkt altijd van twee kanten. Wanneer iemand door Gods Geest gewerkt vastloopt, de oplossing is vlakbij. En één stap op de weg terug geeft van de kant van de Heere moed en krachten om die weg te vervolgen. Alleen, het zal nooit zonder schuld gaan. Wanneer niet wordt ingeleefd een verkeerde zijde te hebben gekozen, er zal nooit een breuk met de zonde komen. Altijd weer zal die oude mens door influisteringen van de boze terugvallen. Zoals we lezen in de gelijkenis van het huis wat met bezemen is gekeerd.

Gods Geest overtuigt van zonde. Van gerechtigheid en oordeel. Deze mensen leren luisteren naar hen die het goede zoeken voor hen. Door veel onderwijs mogen ze uiteindelijk leren met vaste tred de weg ter zaligheid te betreden. Waarin door Gods Geest gewerkt de vruchten van de Heilige Geest worden gevonden. Nee, geen lasteringen. Geen boosheid. Geen kwaadheid. Liefde is de bron die gevonden wordt in een hart wat is aangeraakt door Gods Geest.

In die weg van vastlopen wordt gezien dat een mens uiteindelijk altijd geneigd is zichzelf te zoeken. Hij is rancuneus. Zoekt zich te rechtvaardigen. Wil vooral niet toegeven verkeerd te zijn. Maar wanneer iemand met zichzelf overboord mag gaan, hij zal van datgene waarin hij is gevallen zijn gehele leven profijt mogen hebben. Voortaan zal hij zeker bij iedere gedachte of bij elk oordeel zich afvragen of dit wel is gerechtvaardigd. Hij zoekt altijd eerst de oorzaak of schuld bij zichzelf. Hij weet wat van mensen, ja van zichzelf is te verwachten. Geen goed. Hij weet wat hij heeft aangericht in zijn dwaze doen en laten. Hoeveel mensen hij heeft meegesleept. Hij leert dat het briesend paard eindelijk moest sneven. Niemand kon hem weerhouden. Maar de Heere is hem te sterk geworden.

Nee, de weg terug is niet gemakkelijk. Maar zal wel moeten worden gegaan voor het echt vrede in het hart zal zijn. Door de Heere gewerkt behoeft deze weg niet alleen te worden gegaan. Wanneer de Heere wegen wijst, Hij zal altijd erbij zijn tot het einde toe.