Gods trouw.

De Heere is getrouw. Dat is iets wat wij moeten erkennen. Wij als ontrouwe mensen. Ziende wie we zelf zijn. Mensen die aan de Heere niet trouw zijn. Mensen die elke dag weer zondigen. In de schuld staan tegenover Hem. Mensen die in gedachten, in woorden en in werken dat doen wat de wet van de Heere, de woorden van God, ons verbiedt. Die dat nalaten wat ons wordt geboden. Wat van ons wordt verlangd. Het is van onze kant te kort en we kunnen nooit ten volle beantwoorden aan het beeld van God wat  we in het Paradijs zijn kwijtgeraakt. Daar komen we steeds meer achter.

Maar nu het wonderlijke. De Heere is zo getrouw. Steeds opnieuw neemt hij contact op met de Zijnen. Ja, houdt Hij met hen contact. Al ziende op zichzelf zouden ze de moed laten zakken. Geloven en erkennen dat het nooit wat wordt. Maar de Heere is daar met Zijn Woord. En vol beloftes komt dat tot mensen. Tot mensen die hun beeld zien als hierboven getekend. Ontrouw. Te kort. Zondig.

De Heere laat geen van de Zijnen over aan zichzelf. Het is nodig en nuttig in zichzelf geen goed te vinden. Geen prestaties. Het zaligmakend werk van Gods Heilige Geest zorgt daar wel voor. In een weg van heiliging gaat het niet anders dan schuld en tekort te zien. Dat te belijden. Afhankelijk te zijn en te blijven van Zijn genade en trouw. Maar ook dan in verwondering die trouw, die toch voortkomt uit Zijn liefde, te ervaren. Hoe groot is Uw trouw o Heere.

Gods genade openbaart zich in het leven van Gods kinderen. Het bevindelijke leven met de Heere is niet iets wat blind hiervoor is. Het bevindelijke leven roemt in God en prijst Zijn onfeilbaar Woord. Ze hebben het uit Zijne mond gehoord. Ze ervaren hoe het waar is wat uit Zijn lippen ging. Elke dag opnieuw. En wanneer ze afdwalen? Wanneer ze niet dicht bij de Herder zijn, dan maakt de Heere het zo dat ze opnieuw gaan inleven wie ze zelf zijn. Maar ook Wie de Heere voor zulke mensen is.

De ene keer is dat een verwondering over het heden. Doch het kan evengoed zo zijn dat de Heere in een terugkijken op de weg die is gegaan doet zien Wie Hij was in een leven vol verdriet en vol pijn. In een leven vol zonde. Waar Hij maar steeds opnieuw Zich openbaarde. Hoe blind we er voor waren. Steeds weer de weg van Hem afgingen. En elke keer weer wees Hij de weg opnieuw. Als het ware nam Hij Zijn kinderen bij de hand. Leidde hen. Zodat ze nu in het heden met verlichte ogen van het verstand mogen roemen in genade voor genade. Trouw tegen ontrouw. Want wie zijn wij. Wie ben ik. Dat de Heere met zulke mensen van doen wil hebben. Hen trouw is. Hen opzoekt. Keer op keer.

De trouw van de Heere is iets wat bevindelijk wordt ervaren. Door elk van de Zijnen. Het is iets wat elk kind van God moet belijden. Hij was zo getrouw als sterk. Door het gehele leven wat achter ligt. Tot op de dag van vandaag. En dat doet uitroepen: Hij zal Zijn werk voor mij voleindigen. Het wil niet zeggen dat het voortaan zonder zonde zal zijn. Zo hebben ze zichzelf al leren kennen. Het zal niet zo zijn dat verdriet en pijn bespaard zal worden.  Het zal niet anders zijn dat het blijvend nodig is om geoefend en gelouterd te worden in het leven met de Heere. Om te leren wat het nu is om bevindelijk Hem in het leven te ervaren. Zijn trouw. Zijn liefde. Zijn genade. Ziende op jezelf.

Gelouterd door het lijden zal elk kind van God leren wat het is om met een goeddoend God te maken te hebben. Een God Die in zo'n weg laat zien met mensen van doen te willen hebben. Mensen die uit genade hebben leren zien wie ze zelf zijn. Blijven. Maar ook wie God is en blijft. Getrouw. Dat leert zingen. Mijn God, U zal ik eeuwig loven. Omdat Gij het hebt gedaan.